Conclusie
“Schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Standpunten verdediging
tweede middelklaagt dat het hof het verweer dat minstens vier andere personen bij het feitencomplex betrokken zouden zijn geweest, op basis waarvan slechts (pondspondsgewijs) een vijfde deel van het voordeel aan de betrokkene zou zijn toe te rekenen, heeft verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen.
Verweer II: veroordeelde heeft niet de beschikkingsmacht gehad over de door hem geopende zakelijke bankrekening en zijn privérekeningen en de daarbij horende pinpassen.
Toerekening
nadatde betrokkene in verzekering was gesteld, doet aan het voorgaande niet af, te minder nu het hof daarop heeft gereageerd en niet onbegrijpelijk heeft overwogen dat niet uit te sluiten is dat een ander in opdracht van de betrokkene na diens inverzekeringstelling met de bankpas geld heeft opgenomen.
derde middelklaagt dat het hof onder de bewijsmiddelen waaraan het de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft ontleend ten onrechte een proces-verbaal van verhoor van de betrokkene heeft opgenomen inhoudende een verklaring waarin deze een beroep op zijn zwijgrecht heeft gedaan.
NJ2013/544, m.nt. Borgers in een ontnemingszaak vooropstelt: