Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Uitgangspunten in cassatie
De VUT-regeling werd in die zin beperkt dat werknemers geboren in 1947 pas vanaf 62-jarige leeftijd vervroegd konden uittreden, en werknemers geboren in 1948 of 1949 pas vanaf 63-jarige leeftijd.
Bij gebreke van aanwijzingen voor het tegendeel wordt die beloning vastgesteld op het bedrag dat een werknemer geboren in naastgelegen leeftijdscategorie met geboortedatum in 1950, aan eindejaarsuitkering zou hebben ontvangen indien deze, zoals [verweerders] , tot de leeftijd van 65 jaar zou hebben doorgewerkt.
De omstandigheid dat NLR bij toewijzing van de vorderingen van [verweerders] het beginsel van kostenneutraliteit (opbrengst van de afschaffing van de VUT-regeling afgezet tegen de kosten van de nieuwe regeling en de afhandelingsregeling) niet kan handhaven, moet voor haar rekening blijven. (rov. 3.17-3.19)
4.Beoordeling van het middel in het principale beroep
5.Beoordeling van het middel in het voorwaardelijke incidentele beroep
6.Beslissing
28 oktober 2016.