Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
het hof begrijpt dat dit een voorbeeld betreft van de statuten van [A]]
[I] B.V.], [medeverdachte 2] en [A] werkmaatschappij " [b-straat] B.V." op die het project [b-straat] zou realiseren. De aandelen werden voor 50% door [F] B.V. en voor 50% door [I] B.V. gehouden. De bouwlocaties die al in bezit van de aannemer [I] waren, werden aan [b-straat] B.V. verkocht. Daarnaast richtten [A] B.V. en [medeverdachte 2] op 25 april 2007 een nieuwe vennootschap [F] B.V. op (DOC.281), waarbij zij elk 50% van aandelen verkregen. Op 20 april 2007 betaalde [medeverdachte 2] € 9.000 op rekeningnummer [021] ten name van [F] B.V.. [A] betaalde eveneens € 9.000.
de bijlage ‘marge Terneuzen ’ vermeldt]
briefhoofd: ‘ [medeverdachte 2] ’]
de overeenkomst is door de vertegenwoordigers van partijen ondertekend]
Verhogen prijs aandelenoverdracht
zijngoede trouw, maar
degoede trouw is doorslaggevend”, aldus de minister van Justitie. [22]