Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het derde middel
4.Beslissing
9 april 2019.
Hoge Raad
De betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een uitspraak van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Het beroep richtte zich onder meer op de motivering van de ontnemingsmaatregel en de waardering van een verbeurdverklaarde kleurentelevisie.
De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat de motivering van het hof voldoende is. Wel wordt vastgesteld dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro in de cassatiefase is overschreden, mede doordat stukken te laat werden ingezonden.
Desondanks leidt deze termijnoverschrijding niet tot een vernietiging van het arrest, mede omdat de betrokkene zich in voorlopige hechtenis bevindt en compensatie zal plaatsvinden in de hoofdzaak. Het beroep wordt dan ook verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen ondanks overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.