Conclusie
Nummer21/04058 P
middelbevat de klacht dat ’s hofs oordeel dat ‘het waardebedrag van de verbeurdverklaarde personenauto niet in mindering dient te worden gebracht op de betalingsverplichting’ getuigt van een onjuiste rechtsopvatting dan wel niet naar de eis der wet met redenen is omkleed. Voordat ik dit middel bespreek, geef ik ’s hofs overwegingen in de bestreden uitspraak weer, ’s hofs overwegingen in het nadien gewezen herstelarrest, een passage uit ’s hofs arrest in de strafzaak alsmede een deel van de overgelegde pleitnota.
€ 95,-liter GBL.
€ 160,-per liter.
De vervoerskosten
In totaal zal het hof de vervoerskosten vaststellen op € 750,00.
De telefoonkosten
€ 350,-.
Inbeslaggenomen GBL
€ 807,50.
€ 1.907,50.
€ 52.162,00 (afgerond).
€ 48.368,- (afgerond).
€ 38.694,- (afgerond).
BESLISSING
€ 48.368,- (achtenveertigduizend driehonderdachtenzestig euro).
betaling aan de Staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van
€ 38.694,- (achtendertigduizend zeshonderdvierennegentig euro).
Beslag
6. Betalingsverplichting
€ 8.250,-.’