Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerste middelbehelst de klacht dat de schatting van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel onvoldoende met redenen is omkleed, omdat het hof ten onrechte een door de officier van justitie gegeven nadere toelichting tot het bewijs heeft gebezigd.
tweede middelbevat de klacht dat de vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel en de oplegging van de ontnemingsmaatregel onvoldoende met redenen zijn omkleed, aangezien het hof daarbij ten onrechte geen rekening heeft gehouden met het in de strafzaak verbeurd verklaarde geldbedrag van € 116,75.
derde middelbehelst de klacht dat het hof het in hoger beroep gevoerde verweer strekkende tot matiging van de betalingsverplichting onvoldoende met redenen omkleed heeft verworpen.