ECLI:NL:HR:2020:468
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over belang verhuurder sociale huurwoning bij WOZ-beschikking
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een sociale huurwoning die op naam stond van de huurder. De huurder had bezwaar gemaakt tegen de WOZ-beschikking en beroep ingesteld, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang. Het hof oordeelde dat het bezwaar wel ontvankelijk was en verlaagde de WOZ-waarde van €220.000 naar €200.000.
De Hoge Raad stelt in cassatie dat de verhuurder van een sociale huurwoning in het algemeen als belanghebbende moet worden aangemerkt bij WOZ-beschikkingen, omdat de WOZ-waarde invloed heeft op de huurprijs. De Hoge Raad benadrukt dat het hof had moeten beoordelen of de verhuurder als partij aan het geding moest worden toegelaten, wat niet is gebeurd.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling, waarbij het hof moet beoordelen of de verhuurder als partij moet worden toegelaten. De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.