Uitspraak
wonende te [woonplaats],
zetelend in het District of Columbia, Verenigde Staten van Amerika,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beslissing
15 juli 2022.
Hoge Raad
Werkneemster trad in 2005 in dienst bij het Amerikaanse consulaat in Amsterdam als Visa Supervisor. In 2019 werd zij op non-actief gesteld en vervolgens op staande voet ontslagen vanwege een aanzienlijke belastingschuld en valsheid in geschrifte. Werkneemster vorderde vernietiging van het ontslag en loonbetaling.
De Verenigde Staten beriepen zich op immuniteit van jurisdictie op grond van internationaal gewoonterecht en het VN-Verdrag inzake immuniteiten van staten. De kantonrechter wees het beroep op immuniteit af, maar het hof verklaarde de Nederlandse rechter onbevoegd omdat werkneemster functies vervulde die onder de uitzondering van immuniteit vallen wegens veiligheidsbelangen en haar rol bij de uitoefening van overheidsgezag.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en wees het cassatieberoep van werkneemster af wegens gebrek aan belang. De immuniteit van jurisdictie werd als internationaal gewoonterecht erkend, waardoor de Nederlandse rechter niet bevoegd is om kennis te nemen van het ontslaggeschil. Werkneemster werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt immuniteit van jurisdictie en verklaart Nederlandse rechter onbevoegd in ontslagzaak werkneemster van het Amerikaanse consulaat.