Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
4.Beslissing
10 januari 2023.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd veroordeeld voor belaging door het stelselmatig inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van zijn ex-partner. Verdachte stuurde in oktober 2014 meerdere e-mails met dreigingen om naaktfoto’s van haar openbaar te maken en plaatste 46 beledigende reacties op de Facebookpagina van haar werkgever.
Het hof oordeelde dat ondanks de relatief korte periode waarin de berichten werden verstuurd, sprake was van een stelselmatige inbreuk vanwege de aard, frequentie en indringendheid van de gedragingen. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees op het belang van de aard, duur, frequentie en intensiteit van de gedragingen en de impact op het slachtoffer.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de bewezenverklaring en de toepassing van artikel 285b lid 1 Sr. Verdachte maakte opzettelijk en wederrechtelijk stelselmatig inbreuk op de persoonlijke levenssfeer met het oogmerk de ex-partner te dwingen en vrees aan te jagen.
De uitspraak benadrukt dat ook gedragingen binnen een korte tijdsperiode stelselmatig kunnen zijn indien zij frequent en indringend zijn en een ernstige impact hebben op het slachtoffer. Hiermee wordt de reikwijdte van belaging onder art. 285b Sr bevestigd en verduidelijkt.
Uitkomst: Hoge Raad bevestigt veroordeling voor stelselmatige belaging via dreigende e-mails en Facebookberichten.