Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
naar de rechtbank begrijpt: sms-berichten en het bericht verstuurd via het facebookaccount
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak bevestigde het gerechtshof ’s-Hertogenbosch het vonnis van de rechtbank Limburg waarin de verdachte werd veroordeeld voor belaging en bedreiging. De verdachte had tussen april en augustus 2018 herhaaldelijk bedreigende sms-berichten gestuurd, onder een valse naam berichten via Facebook verzonden en een GPS-tracker in de fietstas van het slachtoffer geplaatst om haar te volgen.
De verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaring onvoldoende was omdat het aantal berichten beperkt was en de gedragingen niet stelselmatig zouden zijn. De Hoge Raad oordeelde echter dat de combinatie van de indringende bedreigingen en het plaatsen van de GPS-tracker een ernstige en stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer vormde. De eerdere jurisprudentie waarbij minder ernstige gedragingen niet als belaging werden aangemerkt, was niet vergelijkbaar.
Verder werd geoordeeld dat het hof niet verplicht was om in het arrest expliciet de reeds verstreken periode van de vrijheidsbeperkende maatregel in mindering te brengen op de opgelegde duur, maar dat dit bij de tenuitvoerlegging moet worden meegenomen. Ook werd het bezwaar tegen het ontbreken van de plattegrond bij de processtukken verworpen, omdat deze inmiddels digitaal beschikbaar was gesteld.
De conclusie van de procureur-generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep met eventueel strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot vernietiging van het hofarrest.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling voor belaging met vrijheidsbeperkende maatregelen werd bevestigd.