ECLI:NL:HR:2024:1758
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vergoeding immateriële schade wegens overschrijding redelijke termijn bij gering financieel belang
Belanghebbende kreeg een aanslag leges van €15,60 voor kopieën van opgevraagde stukken. Na bezwaar en beroep wees de Rechtbank Limburg het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn af. Het Hof bevestigde dit oordeel, verwijzend naar een grens van €15 als gering financieel belang, en wees vergoeding af.
De Hoge Raad stelde vast dat het Hof ten onrechte de norm van €15 had geïndexeerd naar €15,60 en dat het overgangsrecht van toepassing was, waardoor de oorspronkelijke grens van €15 geldt. De Hoge Raad vernietigde het oordeel van het Hof en kende belanghebbende een vergoeding van €500 toe voor de overschrijding van de redelijke termijn van iets meer dan een maand.
Daarnaast veroordeelde de Hoge Raad de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierechten en proceskosten, waaronder vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand bij het hoger beroep en reiskosten. De uitspraak benadrukt het belang van correcte toepassing van de normgrens en het overgangsrecht bij vergoeding van immateriële schade in belastingzaken.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt een vergoeding van €500 voor immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn toegekend.