ECLI:NL:PHR:2000:AA5678
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Belastingheffing over overbruggingspensioen van ex-beroepsvoetballer volgens Nederlands-Belgisch belastingverdrag
De zaak betreft een cassatieberoep van een ex-beroepsvoetballer die in 1992 in Nederland werkte maar in België woonde. Het geschil draait om de belastingheffing van uitkeringen uit een overbruggingspensioen dat hij ontving na beëindiging van zijn sportcarrière.
Het hof had geoordeeld dat Nederland belasting mocht heffen over het deel van de uitkeringen dat verband hield met de in Nederland verrichte arbeid, op grond van artikel 17 van Pro het Nederlands-Belgische belastingverdrag. De belanghebbende betwistte dit en stelde dat de uitkeringen onder artikel 18 vielen Pro, waardoor alleen België belasting mocht heffen.
De Hoge Raad oordeelt dat het overbruggingspensioen niet onder artikel 17 of Pro 18 valt, maar onder artikel 15 van Pro het verdrag. Dit artikel regelt inkomsten uit dienstbetrekking en bepaalt dat deze belastbaar zijn in de woonstaat als de dienstbetrekking niet in de werkstaat wordt uitgeoefend. De uitkeringen zijn inkomsten uit een vroegere dienstbetrekking en mogen daarom alleen in België worden belast.
De uitspraak vernietigt het hofarrest en vermindert de aanslag tot een bedrag dat overeenkomt met belastingheffing in België. Hiermee wordt bevestigd dat het heffingsrecht over dergelijke pensioenen toekomt aan de woonstaat en niet aan de werkstaat.
Uitkomst: Het overbruggingspensioen van de ex-beroepsvoetballer mag uitsluitend in België worden belast.