ECLI:NL:PHR:2009:BG5387
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid sectorindeling op basis van uitbestede werkzaamheden in de bouw
Belanghebbende, een bedrijf dat gevels levert en plaatst, werd door het UWV ingedeeld in de sector Bouwbedrijf, terwijl zij zich wilde laten indelen in de sector Groothandel vanwege een lager premiepercentage. Het bedrijf besteedde vrijwel alle werkzaamheden uit aan derden, maar was verantwoordelijk en aansprakelijk tegenover de opdrachtgever. Na afwijzing van bezwaar door het UWV en het Hof, stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad onderzocht de wettelijke grondslag van de sectorindeling, waarbij de kernvraag was of de zogenaamde 'aanneemlijn' - waarbij een bedrijf wordt ingedeeld naar de aard van uitbestede werkzaamheden waarvoor het bedrijf verantwoordelijk blijft - rechtsgeldig is. De Hoge Raad concludeerde dat de wet (artikel 96 Wfsv Pro) en de doelstelling van de sectorindeling, die gebaseerd is op de eigen verrichte werkzaamheden en functie in het maatschappelijke verkeer, geen ruimte bieden voor een dergelijke indeling op basis van uitbestede werkzaamheden.
De Hoge Raad verwees naar de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en de SVR-circulaire van 1955, waarin wordt benadrukt dat technische werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de handelsfunctie door handelsondernemingen niet leiden tot een andere sectorindeling. De Hoge Raad achtte de indeling van belanghebbende in de sector Bouwbedrijf onrechtmatig en concludeerde dat zij in de sector Groothandel moet worden ingedeeld. Het beroep in cassatie werd gegrond verklaard en het bestreden vonnis vernietigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis en bepaalt dat belanghebbende terecht in de sector Groothandel is ingedeeld in plaats van Bouwbedrijf.