ECLI:NL:PHR:2009:BG9951
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen schadevergoeding bij invoering stelsel pluimveerechten ondanks onevenredige last
De zaak betreft een geschil tussen een pluimveehouder en de Staat over de invoering van het stelsel van pluimveerechten in de Meststoffenwet per 1 januari 2001. De pluimveehouder vordert onder meer een verklaring voor recht dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door geen regeling te treffen voor haar situatie, waarin zij onevenredig werd benadeeld doordat zij minder vleeskuikens mocht houden dan verwacht bij aankoop van het bedrijf.
De rechtbank verklaarde de vordering niet-ontvankelijk, het hof wees de vorderingen af. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en benadrukt het toetsingsverbod van artikel 120 Grondwet Pro, dat de rechter verbiedt wetten in formele zin te toetsen aan de Grondwet of fundamentele rechtsbeginselen. De wetgever heeft de situatie van de pluimveehouder onderkend maar bewust geen aparte hardheidsclausule opgenomen.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de beperking van eigendom door het stelsel van pluimveerechten een toegestane regulering is in het algemeen belang, zonder dat sprake is van een onrechtmatige daad of een individuele en buitensporige last. De pluimveehouder kon bovendien geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen aan toezeggingen van bewindslieden. De ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever en de Staat wordt bevestigd, evenals het ontbreken van een schadeplicht bij deze regulering.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat de Staat niet gehouden is tot schadevergoeding wegens invoering van het stelsel van pluimveerechten.