Conclusie
De beoordeling van het scenario
- er was veel te netjes gewerkt, hetgeen slechts sporadisch voorkomt en niet lijkt te passen bij het brute geweld waarmee [slachtoffer] om het leven is gebracht;
- de bureau- en kastladen op de benedenverdieping van de woning stonden open, maar leken niet doorzocht;
- de tassen naast deze laden en kast waren neergelegd en leken niet doorzocht; er was geen vluchtweg gecreëerd door de daders;
- er is geen braakschade aangetroffen;
- relatief waardevolle spullen die beneden voor het grijpen lagen, zoals een fotocamera en navigatiesysteem, waren niet klaar gezet om mee te nemen.
[slachtoffer] is in zijn slaap overvallen
Niet matchende sporen
Bloed op het nachthemd verdachte en het hoeslaken in de kamer van verdachte
eerste middelklaagt dat de bewezenverklaring voor zover inhoudende dat de verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld, ontoereikend is gemotiveerd. Aangevoerd wordt dat tijd om te beraden, dat als centrale criterium voor de voorbedachte raad in de bewezenverklaring wordt gebruikt, niet gelijk staat aan gelegenheid tot nadenken of zonder meer impliceert dat de besluitvorming en uitvoering niet in een plotselinge hevige drift hebben plaatsgevonden. In het eerste scenario, dat ervan uitgaat dat verdachte met meerdere wapens naar haar slapende echtgenoot is gegaan en hem een klap op zijn hoofd heeft gegeven en vervolgens op hem heeft ingestoken, is niets vastgesteld over het tijdsverloop en in het tweede scenario waarin verdachte eerst een slagwapen zou hebben gebruikt en daarna een of meer messen zou hebben gehaald en daarmee zou hebben gestoken, levert evenmin aanwijzingen op over het tijdsverloop of de gemoedstoestand waarin verdachte verkeerde.
:
de wijze waarophet slachtoffer om het leven is gebracht. Deze twee scenario’s moeten worden onderscheiden van de drie scenario’s die betrekking op de vraag
wiehet slachtoffer om het leven heeft gebracht (een inbreker, een jaloerse minnaar casu quo andere derde persoon, of verdachte).
tweede middelklaagt dat het Hof de tot het bewijs gebezigde verklaring van de verdachte zoals zij die ter terechtzitting van 12 en 13 maart 2013 heeft afgelegd heeft gedenatureerd.
derde middelklaagt dat het Hof niet heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verdachte het tenlastegelegde niet kan hebben gepleegd, nu dit gelet op haar fysieke gesteldheid onmogelijk is.
kanhebben gepleegd. Er wordt slechts gesteld, althans zo vat ik het op, dat de verdachte gelet op haar fysieke gesteldheid een dusdanig groot risico zou lopen bij het plegen van een moord als de onderhavige, dat het niet in de rede ligt dat zij dit heeft gedaan. Overigens heeft de rechtbank in het door het hof bevestigde vonnis bijzonder uitvoerig gemotiveerd uiteengezet dat en waarom wettig en overtuigd bewezen wordt geacht dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.
vierde middelklaagt dat het Hof niet heeft gerespondeerd op het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verschillende rapportages met betrekking tot de bloedsporen dusdanig tegenstrijdig zijn dat zij niet tot het bewijs kunnen worden gebezigd.
vijfde middelkomt op tegen de afwijzing door het hof van het voorwaardelijke verzoek tot het nader horen van de bij de rechtbank gehoorde deskundigen van het NFI en het IFS.
zesde middelkomt op tegen de verwerping door het hof van het door de verdediging ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunt inhoudende dat een (derde) alternatief scenario mogelijk is.
zevende middelklaagt dat het hof niet heeft gerespondeerd op het door de verdediging ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunt inhoudende het alternatieve scenario omtrent de aanwezige bloedsporen.