Conclusie
eerste middelklaagt dat art. 322, derde lid, Sv niet is nageleefd nu de processen-verbaal van de terechtzittingen in hoger beroep niet inhouden dat de advocaat-generaal en verdachte telkens hebben ingestemd met hervatting van het onderzoek waarin het zich bevond ten tijde van de voorafgegane schorsingen.
tweede middelklaagt dat de bewezenverklaring van feit 1 primair niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid, althans dat de bewezenverklaring voor wat betreft de doorslaggevende elementen slechts steunt op de verklaring van aangeefster [slachtoffer], terwijl het hof ten onrechte niet heeft gemotiveerd waarom het van oordeel is dat deze verklaring voldoende steunt vindt in ander, zelfstandig bewijsmateriaal.
- vervolgens met zijn, verdachtes, bestelbus is gekeerd en
- vervolgens zijn, verdachtes, bestelbus heeft geparkeerd en
- vervolgens naar [slachtoffer] is toegerend en de bagagedrager van de fiets van [slachtoffer] heeft vastgepakt en de fiets waar [slachtoffer] op reed heeft doen afremmen en
- [slachtoffer] heeft vastgepakt en van haar fiets heeft getrokken en
- terwijl [slachtoffer] op de grond lag, bovenop het lichaam van [slachtoffer] is gaan zitten en
- [slachtoffer] met kracht langdurig heeft vastgehouden / in bedwang gehouden en
- met kracht de keel/nek/hals van [slachtoffer] langdurig heeft dichtgedrukt en vastgepakt, waardoor [slachtoffer] enige tijd het bewustzijn is verloren,
Proces-verbaal van bevindingen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]:
2.Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer]
3.Aanvullende verklaring van aangeefster [slachtoffer]
4.Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige]
derde middelbevat de klacht dat het hof ten onrechte niet heeft gerespondeerd op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt als bedoeld in art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv of een verweer ex art. 358, derde lid, Sv.
vierde middelklaagt dat het hof vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn strafvermindering had moeten toepassen.