Conclusie
1.CAIW Diensten B.V.,
Tele2 Nederland B.V.,
T-Mobile Netherlands B.V.,
UPC Nederland B.V.,
Vodafone Libertel B.V., en
Ziggo B.V.
1.De prejudiciële vraag
2.Feiten en procesverloop
3.Juridisch kader
wanneer de prijs niet expliciet tot uitdrukking is gebracht, maar slechts impliciet is bepaald of via een verwijzing naar een overeengekomen prijsbepalingsmechanisme bepaalbaar is, dan is zij overeengekomen zodat art. 7:4 BW Pro niet van toepassing is. Art. 7:4 BW Pro regelt een ander geval, namelijk dat een koopovereenkomst ook tot stand kan komen indien partijen zich niet hebben bekommerd om de prijs; [23] dan is een redelijke prijs verschuldigd. Onder het voor 1992 geldende recht was in het door art. 7:4 BW Pro geregelde geval sprake van ongeldigheid. Hijma merkt op dat onder het oude recht ten onrechte werd voorbijgegaan aan het gegeven dat partijen reeds tot contractsluiting zijn overgegaan en het contract als zodanig belangrijker hebben gevonden dan zekerheid inzake de prijs. [24]
Stb.1893, 140).
gewijzigde WCKbevat thans enige bepalingen in aanvulling op de titel 7.2A BW voor de in die titel geregelde overeenkomsten (art. 2 lid 1 WCK Pro). Art. 2 lid 2 is Pro relevant voor flitskredieten waarop nog de art. 34-36 WCK van toepassing worden verklaard. Art. 4 en Pro art. 30 zijn Pro vervallen. Art. 44 is Pro terminologisch aangepast. [57]
4.Behandeling van de prejudiciële vraag
alleentoegerekend aan de diensten, zodat de telefoon ook echt gratis is, of (b) de prijs wordt
ooktoegerekend aan de telefoon, zodat deze niet gratis is. [75] In het eerste geval is geen, in het tweede geval is wel sprake van koop op afbetaling respectievelijk goederenkrediet.
overeenkomsten die zijn gesloten op of na 25 mei 2011is volgens [eiseres] en de Aanbieders, indien al sprake is van een kredietovereenkomst, sprake van een zacht krediet als bedoeld in art. 7:58 lid Pro 2, aanhef en sub e (eerste gedeelte), BW. [106] Indien dat juist is:
overeenkomsten die zijn gesloten vóór 25 mei 2011ligt de situatie wat anders. De uitzondering van art. 4 lid Pro 1, aanhef en sub a, (oud) WCK gold niet indien een openbaar aanbod werd gedaan tot het deelnemen aan de betreffende transacties (zie bij 3.11.1-3.11.3). Van dat laatste zal veelal wel sprake zijn, nu de telecomaanbieders zich richten op het grote publiek.
overeenkomsten die zijn gesloten tussen 11 juni 2010 en vóór 25 mei 2011(dus tussen de datum waarop Richtlijn 2008/48/EG omgezet had moeten zijn en vóór de datum waarop zij daadwerkelijk werd omgezet in het Nederlandse recht). De in het onderhavige geval gesloten overeenkomsten behoren tot deze groep. [eiseres] bepleit daarvoor een anticiperende interpretatie van art. 4 lid Pro 1, aanhef en sub a, (oud) WCK.