ECLI:NL:PHR:2015:1763
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest hof inzake kwalificatie witwassen eigen misdrijf
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het hof Den Haag waarin verdachte werd ontslagen van alle rechtsvervolging voor het ten laste gelegde witwassen van een contant geldbedrag van ruim €93.000. Het hof oordeelde dat het bewezenverklaarde niet als witwassen kon worden gekwalificeerd omdat het niet aannemelijk was dat het geld afkomstig was uit een door verdachte zelf gepleegd misdrijf, de zogenaamde kwalificatie-uitsluitingsgrond.
De advocaat-generaal stelde dat het hof ten onrechte de kwalificatie-uitsluitingsgrond toepaste zonder voldoende concretisering van het grondfeit (plaats, tijd, aard) en zonder dat het verband tussen het misdrijf en het geldbedrag voldoende was aangetoond. De Hoge Raad herhaalt de criteria uit eerdere rechtspraak dat het eigen grondfeit aannemelijk moet zijn, maar dat dit niet betekent dat het bewijs van het grondfeit moet worden geleverd. De motivering van het hof is echter onvoldoende begrijpelijk omdat het niet duidelijk is waarom het geld als afkomstig uit eigen misdrijf is aangemerkt terwijl het grondfeit niet bewezen is.
De Hoge Raad benadrukt dat de kwalificatie-uitsluitingsgrond bedoeld is om dubbele bestraffing te voorkomen en dat bij onherroepelijke vrijspraken van het grondfeit toelichting nodig is waarom deze grond wordt toegepast. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling op basis van de bestaande stukken.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij de kwalificatie van witwassen en de noodzaak van voldoende concretisering van het verband tussen het geld en het eigen misdrijf van de verdachte.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.