Conclusie
tweede middel [2] bevat de klacht dat het hof ten onrechte niet heeft beraadslaagd op de grondslag van het onderzoek ter terechtzitting door de verklaring, die de medeveroordeelde [medeveroordeelde] op de terechtzitting in hoger beroep in zijn eigen zaak heeft afgelegd, als bewijsmiddel te bezigen.
derde middelbehelst de klacht dat het hof ten onrechte niet het volledige door de moeder van de betrokkene voorgeschoten gedeelte van de elektriciteitsrekening van Enexis B.V. in de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel heeft betrokken.
vierde middelbevat de klacht dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden bij de behandeling van de zaak in hoger beroep.
(i) De rechtbank heeft bij beslissing van 24 mei 2012 aan de betrokkene een ontnemingsmaatregel opgelegd. Namens de betrokkene is op 7 juni 2012 hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank.
(ii) Uit een op de inventarislijst geplaatste stempel blijkt dat de stukken van het geding op 21 mei 2013 bij het hof zijn binnengekomen.
(iii) De zaak is op de terechtzitting in hoger beroep van 15 januari 2015 in de aanwezigheid van de betrokkene en haar raadsman voor de eerste (en enige) keer behandeld.
(iv) Het hof heeft bij uitspraak van 29 januari 2015 aan de betrokkene een ontnemingsmaatregel opgelegd.