Conclusie
Een als bijlage bij een e-mail gevoegde brief, inhoudende een schriftelijke volmacht waarmee een advocaat een griffiemedewerker machtigt om namens de verdachte een rechtsmiddel aan te wenden, moet echter wel als zo een schriftelijke volmacht worden aangemerkt, mits:
Van:Sturla Spans [mailto:info@spans-advocaat.nl]
Van:Sturla Spans
schriftelijkebijzondere volmacht aan een griffiemedewerker tot het instellen van beroep in cassatie. [2] Dit ligt anders voor het
geprinte, van een handtekening voorziene en ingescandee-mailbericht van 10:30 uur. Dit is een geschrift dat als bijlage bij de e-mail van 14:55 uur is verzonden naar het e-mailadres van de strafgriffie van het hof Arnhem-Leeuwarden. Het e-mailbericht van 10:30 uur kan derhalve worden aangemerkt als “een als bijlage bij een e-mail gevoegde brief”, zoals bedoeld in HR 22 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2654.
eerste middelbevat de klacht dat het hof art. 6 EVRM Pro heeft geschonden, in het bijzonder het daarin vervatte aanwezigheidsrecht, doordat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, het verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak wegens de afwezigheid van de verdachte heeft afgewezen. Het middel doelt op de beslissing van het hof op de terechtzitting van 20 juli 2015.
Onderwerp:RE: Zitting d.d. 4 juni
tweede middelklaagt dat de strafmotivering van het hof in strijd met art. 359, zesde lid, Sv niet een opgave bevat van de redenen die in het bijzonder hebben geleid tot de keuze van het opleggen van een vrijheidsbenemende straf.