Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het (voorafgaande) geding in feitelijke instanties
A. Feiten
3.Het geding in cassatie
30 oktober 2016 gerepliceerd. De Staatssecretaris heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid tot dupliek.
Relevante wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, parlementaire behandeling, jurisprudentie en literatuur
5.Beoordeling van de klachten
door de Inspecteur aangebrachtesplitsing van een databestand in ‘op de zaak betrekking hebbende stukken’ (in casu de twee schermprints) en ‘niet op de zaak betrekking hebbende stukken’. [25]
bekend wasmet het bestand. Daarvoor is niet de samenstellingsdatum beslissend, maar de (eerste) datum waarop de Inspecteur bekend is geworden met het bestand.
Conclusie