Conclusie
mooncakeszijn [verweerster]’ inbreukdeclaratoir en -verbod met nevenvorderingen en haar schadestaatvordering door de rechtbank afgewezen, omdat al een onthoudingsverklaring en deelschikking over inzage voorlag en volgens de rechtbank de schadestaatdrempel niet was geslecht. In appel vordert [verweerster] ook een voorschot op schadevergoeding en in hoger beroep krijgt zij goeddeels gelijk. Volgens het hof is het auteursrecht op de blikken aan [verweerster] overgedragen en daartegen komen [eiseressen] in cassatie volgens mij tevergeefs op. Incidenteel wordt in cassatie geklaagd over de proceskostenveroordeling en over het niet toewijzen van de vordering tot terugbetaling van hetgeen op grond van de uitspraak in eerste aanleg is betaald. Deze laatste klacht is denk ik terecht. De zaak kan op dat punt door Uw Raad zelf worden afgedaan.
mooncakes(maancakes) voor het Midherfstfestival, een Oost-Aziatisch feest dat wordt gevierd op de vijftiende dag van de achtste maand van de Chinese kalender.
imported by […] [eiseres 1] .
deeds of assignmentvan 12 augustus 2013) waarbij de daadwerkelijke ontwerper en de onderneming waarvan hij bestuurder/aandeelhouder is ( [betrokkene 1] respectievelijk GTDI) het auteursrecht overdragen aan [verweerster]. Nu [eiseressen] niet heeft betwist dat in elk geval bij een van dezen het auteursrecht berustte en in elk geval ten aanzien van de tweede overdrachtsakte (
deed) geen twijfel over de echtheid en rechtsgeldigheid bestaat doet niet ter zake wat precies het effect van de eerste is en staat vast dat dit auteursrecht is overgedragen aan en dus berust bij [verweerster].”
2.Bespreking van het principaal cassatieberoep
deed) geen twijfel over de echtheid en rechtsgeldigheid bestaat en dat daarmee vast staat dat dit auteursrecht is overgedragen aan en dus berust bij [verweerster].
deed) geen twijfel over de echtheid en rechtsgeldigheid bestaat. De achtergrond van deze klacht is als volgt. [verweerster] heeft als prod. 10 bij haar beslagrekest een
deed of assignmentvan 12 augustus 2013 gevoegd waarmee GTDI en [betrokkene 1] het auteursrecht op de maancakeblikken uit 2011 aan [verweerster] zouden hebben overgedragen per 1 december 2010 (de eerste overdrachtsakte) [12] . [verweerster] heeft zich in deze procedure beroepen op een door haar als prod. 12 bij dagvaarding overgelegde
deed of assignmentvan (eveneens) 12 augustus 2013 waarmee GTDI en [betrokkene 1] het auteursrecht op de maancakeblikken uit 2011 aan [verweerster] zouden hebben overgedragen per 18 mei 2011 (de tweede overdrachtsakte). [eiseressen] hebben erop gewezen dat er verschillen bestaan tussen deze beide overdrachtsakten [13] .
tweedeakte niet rechtsgeldig is. Hiervoor is onvoldoende dat de eerste en tweede akte onderling verschillen en dat het auteursrecht niet tweemaal bij verschillende aktes kan worden overgedragen. Het hof behoefde deze stellingen zo bezien niet te kwalificeren als een gemotiveerde betwisting van de rechtsgeldigheid van de
tweedeakte. Gelet op de gekozen bewoordingen in rov. 3.6.4 heeft het hof dit ook precies zo opgevat en geoordeeld dat in ieder geval ten aanzien van de tweede akte hier geen sprake is van (lees: voldoende gemotiveerde) betwisting. Dat is gelet op de besproken ingeroepen passages uit de gedingstukken goed te volgen. Van onbegrijpelijkheid is geen sprake.
design commission agreementvan 1 december 2010 ontbreekt.
deedniet berust op de
design commission agreement. Zij heeft onder 1.7-1.8 ter onderbouwing verwezen naar een opinie van Rebecca Lo, advocaat te Hong Kong, die onder meer tot de slotsom is gekomen dat de tweede
deedrechtsgeldig is (door betrokkenen is in art. 9.1 van de aktes voor de auteursrechtoverdracht rechtskeuze gedaan voor het recht van Hong Kong).
deedniet berust op de
design commission agreementvan 1 december 2010. De nadere verklaring van Tong heeft alleen betrekking op de eerste
deed. In hoger beroep is ook niet gereageerd op het standpunt van [verweerster] dat de tweede
deedniet berust op de
design commission agreementvan 1 december 2010. [eiseressen] hebben evenmin verwezen naar andere stellingen in de gedingstukken die tot de slotsom kunnen leiden dat de tweede
deedniet rechtsgeldig zou zijn.
tweedeoverdrachtsakte (
deed) geen twijfel over de echtheid en rechtsgeldigheid bestaat.
3.Bespreking van het incidenteel cassatieberoep
eerste onderdeelis gericht tegen rov. 3.12 en komt op tegen de begroting door het hof van de advocaatkosten ex art. 1019h Rv in eerste aanleg op € 8.000,-.
United Video/Telenetoverwoog het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) dat art. 14 van Pro de Handhavingsrichtlijn zich verzet tegen forfaitaire tarieven die niet waarborgen dat minstens een significant en passend deel van de redelijke kosten van de in het gelijk gestelde partij door de verliezende partij wordt gedragen. Verder oordeelde het Luxemburgse hof in dit arrest dat de rechter rekening moet kunnen houden met de specifieke kenmerken van de zaak [21] .
subonderdeel 1.4kan de begroting van de proceskosten in eerste aanleg niet worden gedragen door het oordeel dat de hoge kosten van [verweerster] Engelse advocaten niet in redelijke verhouding staan tot de relatief beperkte inbreuk. Dat is hooguit dragend om die Engelse kosten niet toe te wijzen.
met name(dus niet: uitsluitend) voor de exorbitant geachte Engelse sollicitorskosten in deze naar verhouding beperkt gebleven inbreuk. Het gaat daarbij volgens het hof ook nog deels om kosten gemaakt ten opzichte van een wederverkoper waar kostenvergoedingsafspraken mee zijn gemaakt. Het niet-redelijkheidsoordeel – dat het hof als gezegd verder niet behoefde te motiveren – staat op zich, maar wordt
met name(dus niet uitsluitend) door deze laatste twee elementen ingekleurd volgens het hof. Dat is bepaald niet onbegrijpelijk; van een misslag is al helemaal geen sprake.
United Video/Telenetheeft het Luxemburgse hof geoordeeld dat een significant en passend gedeelte van de
redelijkekosten moet worden vergoed (zie hiervoor onder 3.4). Het hof heeft het maken van de door [verweerster] gevorderde (veel hogere) kosten in rov. 3.12 juist niet redelijk geoordeeld. Daar strandt deze klacht al op.
tweede onderdeelricht zich tegen het ontbreken van een executoriale titel voor restitutie van hetgeen op grond van het vonnis in eerste aanleg is betaald. [verweerster] heeft in hoger beroep (mvg 6.3 onder ii en het petitum onder 3) restitutie gevorderd van al hetgeen zij ter uitvoering van het bestreden vonnis aan [eiseressen] heeft voldaan. Het gaat om een bedrag van € 27.661,95 te vermeerderen met wettelijke rente. Het hof heeft hierover in rov. 3.11 geoordeeld dat [verweerster] ten onrechte in de kosten is veroordeeld en dat het vonnis op dit punt wordt vernietigd, zodat hetgeen [verweerster] intussen uit dien hoofde heeft betaald (€ 27.661,95) terugbetaald dient te worden. Het hof heeft [eiseressen] in het dictum van het arrest echter niet veroordeeld om dit bedrag (te vermeerderen met rente) terug te betalen. In haar s.t. onder 4.14-4.16 heeft [verweerster] hier aan toegevoegd dat de restitutie ook is gevorderd bij grieven onder 5 van het petitum en dat zij het hof bij brief van 17 oktober 2016 heeft bericht dat het petitum sub 5 kan vervallen nu sprake is van een doublure.