Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring niet door de bewijsmiddelen wordt gedekt, omdat het hof noch in het verkorte arrest, noch in de aanvulling daarop de inhoud van de bewijsmiddelen ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde heeft weergegeven.
tweede middelbehelst de klacht dat de uitleg die het hof heeft gegeven aan het LOVS-oriëntatiepunt over fraude onbegrijpelijk is, zodat de strafoplegging niet naar de eis der wet met redenen is omkleed.
derde middelbevat de klacht dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM in de cassatiefase is overschreden, omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.