ECLI:NL:PHR:2019:668
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsconstructie en schakelbewijs in zedenzaak met minderjarige slachtoffers
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin verdachte is veroordeeld voor meerdere zedendelicten gepleegd op minderjarige ondergeschikten in verschillende periodes tussen 2005 en 2013.
De bewezenverklaring steunt op verklaringen van twee slachtoffers en aanvullende verklaringen van hun ouders en een zus. Het hof gebruikte een schakelbewijsconstructie waarbij de verklaringen van de slachtoffers over en weer als steunbewijs werden gebruikt vanwege de overeenkomsten in modus operandi.
De verdediging voerde aan dat de verklaringen onbetrouwbaar zijn door mogelijke onderlinge beïnvloeding, media-aandacht, aanplakbiljetten en tijdsverloop. De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft geoordeeld dat de verklaringen betrouwbaar en authentiek zijn en dat het hof niet gehouden was om op elk detail van het verweer nader in te gaan.
Ook het tweede middel, gericht tegen de schakelbewijsconstructie, faalt omdat het hof voldoende specifieke en kenmerkende overeenkomsten heeft vastgesteld die een herkenbaar patroon vormen. De Hoge Raad concludeert dat de middelen falen en adviseert de zaak af te doen met toepassing van art. 81 lid 1 RO Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor meerdere zedendelicten op basis van betrouwbare verklaringen en een toegestane schakelbewijsconstructie.