Hoogachtend,
Richard van der Weide, advocaat (…)”
(v) Bij de door het hof aan de Hoge Raad toegezonden stukken van het geding bevindt zich niet een in bovenstaand e-mailbericht in het vooruitzicht gestelde “getekende versie” van de volmacht tot het instellen van cassatie.
(vi) Op 25 november 2020 heeft een administratief medewerker van de Hoge Raad aan de advocaat die de betrokkene in cassatie bijstaat en aan het hof bericht dat een getekende versie van de volmacht tot het instellen van cassatieberoep zich niet onder de aan de Hoge Raad toegezonden gedingstukken bevindt. Aan de geadresseerden is verzocht na te gaan of zij beschikken over een stuk waaruit kan worden afgeleid dat een ondertekende volmacht tot het namens de betrokkene instellen van beroep in cassatie tijdig aan het hof is toegezonden.
(vii) De advocaat die de verdachte in cassatie bijstaat, heeft bij portaalbericht van 27 november 2020 als volgt op dit verzoek gereageerd:
“In reactie op uw schrijven van 25-11 bericht ik u dat ik niet beschik over een (kopie van) ondertekende volmacht instellen cassatie. Ook mr. Van der Weide kon deze niet traceren. Wel heeft hij mij bijgaand schrijven doen toekomen, waarin hij de gang van zaken beschrijft.
Ik geef de Hoge Raad in overweging een eventueel verzuim bij het instellen van het cassatieberoep voor gedekt te houden, nu namens cliënt cassatiemiddelen zijn ingediend (ECLI:NL:HR:2013:BZ3924).” (viii) De aan de Hoge Raad door mr. Daamen meegezonden brief van mr. Van der Weide van 26 november 2020 houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:
“De ondertekende volmacht tot het instellen van beroep in cassatie is tijdig – uiterlijk dinsdag 29 januari 2019 – per fax nagezonden aan de strafgriffie van het Hof. Mij is desgevraagd bevestigd dat de ondertekende volmacht daar ook aangekomen. Ik kan mij herinneren dit op 29 januari 2019 telefonisch te hebben geverifieerd bij een medewerker van de strafgriffie. Dit is standaard procedure op mijn kantoor waar het betreft het instellen van rechtsmiddelen door middel van een volmacht aan de griffier.
Mij was daags ervoor, dus op 28 januari 2019 tevens door een griffiemedewerker telefonisch medegedeeld dat een ondertekende volmacht noodzakelijk was voor het überhaupt kunnen instellen van het rechtsmiddel. Uit het feit dat de akte rechtsmiddel is opgemaakt en ondertekend kan derhalve worden afgeleid dat er sprake was van een ondertekende volmacht. Het verbaast mij ten zeerste dat deze zich niet bij de stukken van de HR bevindt.
Voor de zekerheid heb ik nog getracht via de faxhistorie een kopie van de verzendbevestiging van destijds te verkrijgen. De historie reikt echter niet verder terug dan december 2019.
Ten overvloede bevestig ik nog dat ik de enige gebruiker ben van het emailadres: richardvanderweide@gmail.com.”
(ix) Op 3 december 2020 heeft de administratief medewerker van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden die destijds de akte cassatie heeft opgemaakt, [betrokkene 1] , aan de Hoge Raad schriftelijk meegedeeld dat het opgevraagde stuk niet meer te achterhalen is.