Conclusie
1.Procesverloop
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
1) die Bestreitung der Kosten, a) der Erziehung und Bildung, b) der Ausstattung und Unterstützung, c) des Lebensunterhaltes im allgemeinen, 2) die wirtschaftliche Förderung im weitesten Sinne‘.
3.Het geding in cassatie
- i) Is het vermogen in een Liechtensteinse Stiftung aan te merken als een APV?
- ii) Is het aanmerken van deze Stiftung als APV in strijd met het vrije verkeer van de EER
- iii) Welke reikwijdte heeft de tegenbewijsregeling van artikel 2.14a, lid 6, Wet IB 2001?
- iv) Is het APV-regime in strijd met artikel 1 EP Pro EVRM op stelselniveau en/of individueel niveau?
- v) Heeft belanghebbende de vereiste aangifte IB/PVV 2013 gedaan en, zo niet, is er terecht omkering en verzwaring van de bewijslast toegepast?
- vi) Zijn de aanslagen Zvw