Conclusie
Nummer19/00648 P
Het cassatieberoep
De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Schatting van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel
90 kilogram
De middelen
eerste middelhoudt de klacht in dat het hof ten onrechte dan wel op onbegrijpelijke gronden tot het oordeel is gekomen dat om het wederrechtelijk voordeel vast te stellen van de verkoopprijs van zuivere BMK in plaats van ruwe BMK dient te worden uitgegaan.
(bijlage 1, pagina 1718 pv). Hier ging het weliswaar over het lab in Weert echter uit een proces-verbaal van bevindingen moge blijken dat de aangetroffen productieopstellingen in Weert en Oisterwijk nagenoeg identiek zijn
(bijlage 2, pagina 1697 pv).
tweede middelhoudt de klacht in dat het hof ten onrechte dan wel op onbegrijpelijke gronden tot het oordeel is gekomen dat bij het vaststellen van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden uitgegaan van de gemiddelde verkoopprijs van zuivere BMK.
derde middelhoudt de klacht in dat het hof ten onrechte dan wel op onbegrijpelijke gronden heeft geoordeeld dat investeringskosten ten aanzien van het conversielaboratorium in Oisterwijk niet concreet zijn gebleken.
vierde middelhoudt de klacht in dat het hof ten onrechte dan wel op onbegrijpelijke gronden heeft geoordeeld dat voor zover de verdediging heeft betoogd dat het voordeel over meer dan vier betrokkenen zou moeten worden verdeeld, dit verweer vanwege het ontbreken van enige onderbouwing wordt verworpen.
vijfde middelhoudt de klacht in dat het hof bij het vaststellen van het wederrechtelijk verkregen voordeel ten onrechte dan wel op onbegrijpelijke gronden de verklaring van de betrokkene niet gemotiveerd heeft weerlegd en daaraan is voorbijgegaan.
hij in de periode van 1 oktober 2011 tot en met 26 oktober 2011 te Oisterwijk, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet - te weten het opzettelijk bereiden van (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en te bevorderen - voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad waarvan hij wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit, immers heeft/hebben hij en/of zijn, verdachtes, mededaders opzettelijk daartoe:
zesde middel, houdt de klacht in dat het hof ten onrechte dan wel op onbegrijpelijke gronden tot het oordeel is gekomen dat de betalingsverplichting van de betrokkene vanwege de overschrijding van de redelijke termijn slechts met 10% dient te worden verminderd.