Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
eerstemiddel behelst de klacht dat de bewezenverklaring ten aanzien van het bestanddeel ‘uit enig misdrijf afkomstig’ alsmede het medeplegen ontoereikend is gemotiveerd.
1.Het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen met bijlagen (…), voor zover inhoudende
als verklaring van verbalisant [verbalisant 1] :
voor zover inhoudende:
voor zover inhoudende:
voor zover inhoudende:
BFK: 2014) (...) [medeverdachte 1] (...) Het gerechtshof, (...) beveelt dat de voorlopige hechtenis van de verdachte zal worden geschorst met ingang van de dag (10.00 uur) volgende op die waarop het bedrag van de zekerheidstelling ad € 25.000,- is bijgeschreven op de bankrekening van de Staat onder de voorwaarden als hierboven vermeld.
als verklaring van verbalisant [verbalisant 3] :
als verklaring van verbalisant [verbalisant 3] :
ls verklaring van verbalisant [verbalisant 3]
(het hof begrijpt: [001]) betreft een en/of rekening op naam van [medeverdachte 3] en/of [betrokkene 1] (...) Het bankrekeningnummer betreft een rekening-courant. (...)
als verklaring van verbalisant [verbalisant 3] :
als verklaring van verbalisant [verbalisant 3] :
als verklaring van [verdachte] :
als verklaring van [medeverdachte 3] :
niet anders kan zijndan dat het geld uit enig misdrijf afkomstig is. Het is aan het openbaar ministerie bewijs aan te voeren waaruit zodanige feiten en omstandigheden kunnen worden afgeleid (vgl. HR 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM0787, NJ 2010/456). Eerst als die feiten en omstandigheden het vermoeden van witwassen rechtvaardigen kan van de verdachte worden verlangd dat hij een verklaring geeft voor de herkomst van het geld (ECLI:NL:HR:2015:1500).
printscreensvan de beelden beschikte verdachte over een hoeveelheid bankbiljetten waarvan de precieze coupures overigens niet steeds te zien zijn.
tweedemiddel klaagt over schending van het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn, in het bijzonder de inzendingstermijn in cassatie.