Conclusie
1.Inleiding
2.Het eerste middel
vande verdachte door een tolk een verklaring met een belastende strekking oplevert. AG Paridaens heeft in een conclusie uit 2024 gesteld dat de Post-Keskin-rechtspraak alleen van toepassing is op verzoeken tot het horen van getuigen die een de verdachte belastende verklaring hebben afgelegd en waarbij de inhoud van die verklaringen wordt betwist. Het moet volgens haar dus gaan om getuigen die bevraagd gaan worden over een als getuige afgelegde inhoudelijk belastende verklaring
overde verdachte. [4]
overhem, doch slechts als doorgeefluik spreekt
namenshem. Daarbij is de ‘verklaring’ van de tolk in dezen non-existent als bewijsmiddel (in de zin van de wet), het mogelijk belastende bewijsmiddel vormt enkel de (weliswaar vertaalde) verklaring
van de verdachte. [7] Een en ander brengt met zich dat de Keskin-rechtspraak niet op het verzoek tot het horen van de tolk van toepassing is.
“manifestly irrelevant or redundant') is, omdat het horen van de getuige voor de bewijsvoering van geen enkel belang zal zijn of geen toegevoegde waarde zal hebben.
‘manifestly irrelevant or redundant') is, omdat het horen van de getuigen voor de bewijsvoering van geen enkel belang zal zijn of geen toegevoegde waarde zal hebben, heeft het hof gebaseerd mede op het verhandelde ter terechtzitting en het heeft daarmee – anders dan de steller van het middel kennelijk meent – niet gespeculeerd over hetgeen de tolk kan verklaren, terwijl het de noodzaak weldegelijk serieus heeft gewogen.
3.Het tweede middel
1. het proces-verbaal van bevindingen d.d. 17 januari 2024, dossierpagina’s 11 en 12, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :