Conclusie
(hierna: [verzoeker] )
advocaten: J. van Weerden & E.J.H. Zandbergen
(hierna: APG)
advocaat: P.A. Fruytier
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
De rechtbank deelt mee dat 20 januari 2022 uitspraak zal worden gedaan, verzoekt verweerster de zaal te verlaten en gaat over tot inhoudelijke bespreking van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.”
(…)De gang van zaken in deze is als volgt geweest: ter zitting van 6 jan heeft de rechtbank medegedeeld dat 20 januari 2022 uitspraak zou worden gedaan. Verzoekende partij heeft vervolgens 20 januari 2022 telefonisch de uitspraak ter griffie opgevraagd. De griffie heeft vervolgens 20 januari 2022 telefonisch de uitspraak medegedeeld. Het vonnis kon echter niet eerder door de rechtbank worden afgegeven wat de reden is geweest dat de uitspraak in het vonnis op 24 januari 2022 is gezet. De rechtbank merkt hierbij op dat de verwerende partij niet 20 januari 2022 telefonisch de uitspraak medegedeeld heeft gekregen, maar pas bij het ontvangen van het vonnis op de hoogte is gesteld van de uitspraak.
3.9.1Het hof stelt vast dat het door de rechter ondertekende vonnis waarvan beroep zowel in de aanhef als in het dictum als uitspraakdatum 24 januari 2022 vermeldt. Dat gedurende de mondelinge behandeling in eerste aanleg een andere voorgenomen althans na te streven uitspraakdatum genoemd is, in casu 20 januari 2022, maakt zulks niet anders. Datzelfde geldt ten aanzien van de mogelijk andersluidende mededeling door een administratief juridisch medewerker van betreffende rechtbank. Bepalend is immers niet de streefdatum van een uitspraak maar de feitelijke datum waarop een uitspraak is gedaan.
3.Bespreking van het cassatiemiddel
motiveringsklacht(procesinleiding onder 5 en 10), gericht tegen het oordeel van het hof dat de rechtbank op 24 januari 2022 uitspraak heeft gedaan en dat het hof van een mondeling vonnis (op 20 januari 2022) niet is gebleken. Bij wijze van hypothetisch feitelijke grondslag moet immers ervan worden uitgegaan dat (procesinleiding onder 2 en 3):
voortbouwklacht(procesinleiding onder 6), gericht tegen het oordeel van het hof dat APG tijdig hoger beroep heeft ingesteld. Uitgaande van de uitspraakdatum van 20 januari 2022, de mogelijkheid van APG om op die datum van die uitspraak(datum) kennis te hebben kunnen nemen en de hoger beroepstermijn van acht dagen, moet worden vastgesteld dat de ontvangst door het hof van het hoger beroepschrift op 1 februari 2022 dateert van na het verstrijken van de appeltermijn, zodat het hoger beroep niet tijdig is ingesteld.
motiveringsklacht(procesinleiding onder 9), gericht tegen het kennelijke oordeel van het hof dat hier van belang is dat de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling een andere voorgenomen althans na te streven uitspraakdatum heeft genoemd. Dat is onbegrijpelijk, omdat als feit moet worden aangenomen dat de rechtbank op 20 januari 2022 – zoals zij tijdens de mondelinge behandeling aan partijen had aangekondigd na te zullen streven – daadwerkelijk (mondeling) uitspraak heeft gedaan.
rechts- en motiveringsklacht(procesinleiding onder 18), gericht tegen het oordeel van het hof dat verder niet is gebleken van een/enig mondeling vonnis. Indien het hof met dit oordeel heeft gemeend dat de waarneming van de advocaat van [verzoeker] (dat hij op 20 januari 2022 van de rechtbank heeft vernomen dat de rechtbank uitspraak had gedaan en wat die uitspraak omvat, zie procesinleiding onder 15) niet van belang is, is dat oordeel onjuist dan wel onbegrijpelijk omdat de door de rechtbank aangekondigde en de door de advocaat gevolgde handelwijze te doen gebruikelijk is en/omdat deze is vastgesteld in het toepasselijke procesreglement [13] dat recht is in de zin van art. 79 RO Pro. [14]
rechts- en motiveringsklachtwaarmee wordt geklaagd over het passeren van een bewijsaanbod (procesinleiding onder 19). Indien het hof van oordeel is dat geen sprake is geweest van de door [verzoeker] gestelde de mondelinge uitspraak, had het hof het bewijsaanbod [15] van [verzoeker] niet ongemotiveerd mogen passeren.
rechts- en motiveringsklacht(procesinleiding onder 20), voor het geval het hof van oordeel zou zijn dat APG niet had hoeven uit te gaan van de door [verzoeker] gestelde mondelinge uitspraak op 20 januari 2022 als startdatum van de hoger beroepstermijn. Dit oordeel is onjuist dan wel onbegrijpelijk, omdat ook APG op 20 januari 2022 bij de griffie had kunnen laten informeren naar de uitspraak. Zij heeft dat echter nagelaten.
de dag van de uitspraakwordt verstaan de dag waarop de rechterlijke beslissing openbaar wordt gemaakt. [17]
De uitspraak wordt op de mondelinge behandeling gedaan of, indien dit niet mogelijk is, zo spoedig mogelijk daarna. (…) Indien de uitspraak niet op tijdens de mondelinge behandeling wordt gedaan, wordt medegedeeld op welke datum en op welk tijdstip telefonisch naar de uitspraak kan worden geïnformeerd (…)”
ondubbelzinnig de onjuistheid blijkt’van hetgeen de uitspraak inhoudt. [32]
dat iemand niet buiten zijn schuld als gevolg van een fout of verzuim van (de griffie van) een rechtbank of gerechtshof kan worden afgesneden van een rechtsmiddel dat de wet hem toekent.’ [38]