Conclusie
Overdracht € 321.300 op 17 februari 2011
Nadere bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1
Telefoonnummer eindigend op - [telefoonnummer 2]
wijst afde verzoeken strekkende tot het horen als getuige van de volgende personen:
14 september 2021:
21.september 2021
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof ten onrechte, althans onvoldoende gemotiveerd, heeft afgewezen het verzoek tot het horen van de getuigen [betrokkene 5] , [betrokkene 6] en [betrokkene 1] . Aangevoerd wordt dat het verzoek om deze getuigen te horen in eerste aanleg is toegewezen, maar dat daaraan geen uitvoering is gegeven omdat zij niet binnen aan aanvaardbare termijn zouden kunnen worden gehoord. Daarmee zou het verdedigingsbelang voldoende kenbaar zijn gemaakt. Het hof zou de getuigenverzoeken zonder verdere motivering hebben afgewezen. De afwijzing zou te kort schieten, naar ik begrijp mede in het licht van reacties vanuit het Verenigd Koninkrijk naar aanleiding van een rechtshulpverzoek in de zaak van een medeverdachte en nu de processen-verbaal van ‘de aanhouding van [betrokkene 5] , [betrokkene 6] en [betrokkene 1] ’ zouden ontbreken. Mogelijk doelt de steller van het middel daarmee op stukken waaruit blijkt dat er pogingen zijn gedaan om de getuigen te horen.
tweedemiddel bevat de klacht dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed. In de toelichting wordt aangevoerd dat niet uit te sluiten is dat de getapte telefoongesprekken gaan over kleding: de hoeveelheid kleding en hoeveel dat moet gaan kosten. De conclusie dat het bij [betrokkene 1] aangetroffen geldbedrag is te relateren aan de notitie met de cijfers ‘295 → 1,0890 → 321250’ zou onbegrijpelijk en onjuist zijn omdat volstrekt onduidelijk zou blijven welke vreemde valuta [betrokkene 4] zou hebben overgedragen aan de verdachte en er geen andere valuta is aangetroffen bij [betrokkene 1] of in de woning. Het
derdemiddel klaagt eveneens over de bewijsvoering. In de toelichting wordt aangevoerd dat uit de bewijsvoering niet blijkt dat de verdachte een bedrag van € 321.300,- heeft overgedragen en ook niet aan wie. Deze middelen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking.
vierdemiddel bevat de klacht dat het hof een door de verdediging aangevoerd alternatief scenario dat niet strijdig zou zijn met de bewezenverklaring zou hebben gepasseerd, terwijl het hof het passeren van dat alternatieve scenario niet dan wel onbegrijpelijk zou hebben gemotiveerd. Uit de toelichting leid ik af dat dit door het hof gepasseerde alternatieve scenario inhoudt dat de verdachte ‘enkel facilitair betrokken is geweest voor wat betreft vervoer naar de [a-straat ] ’ en dat hij ‘in het geheel niet op hoogte (behoeft) te zijn geweest dat er ook bedragen werden overgedragen, laat staan dat hij dan geweten zou hebben dat het om grote bedragen zou gaan.’
vijfdemiddel luidt als volgt:
zesdemiddel bevat de klacht dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn. Aangevoerd wordt dat de stukken van het geding ruim 19 maanden na de datum waarop het cassatieberoep is ingesteld ter griffie van de Hoge Raad zijn ontvangen. Voorts wordt aangevoerd dat de zaak van de verdachte een zaak van eenvoudige aard betrof en dat deze zaak ‘veel te lang heeft geduurd ook voor wat betreft het ingestelde hoger beroep’. Derhalve zou ‘niet-ontvankelijkheid’, bedoeld is kennelijk niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, dan wel strafvermindering moeten volgen.