Conclusie
hierna: de man,
advocaat: mr. N.C. van Steijn,
hierna: de vrouw,
verweerster in cassatie,
niet verschenen.
1.Inleiding en samenvatting
3.Bespreking van het cassatiemiddel
alleomstandigheden van het geval van belang zijn bij de beoordeling en dat niet uitsluitend de belangen van het kind in acht moeten worden genomen. Naast de belangen van het kind moeten ook de belangen van beide ouders bij de beoordeling worden betrokken. De Hoge Raad overweegt namelijk als volgt.
onder meerde volgende omstandigheden betrokken kunnen worden in de te maken belangenafweging:
Recommendation on preventing and resolving disputes on child relocationvan de Raad van Europa uit 2015. Christoph wijst in dat kader op de bijbehorende
Explanatory Memorandumwaaruit volgt dat een eenzijdige verhuizing een van de factoren is die van invloed kan zijn op de besluitvorming van de rechter in een daaropvolgende procedure. [19] Zulks is ook in lijn met de rechtspraak van de Hoge Raad. [20]
nietuit de standaardbeschikking van de Hoge Raad volgt. [21] Hiermee wordt de indruk gewekt dat het hof in zijn beoordeling afwijkt van de Zwitserse verhuizing, maar dat is niet het geval. Het hof maakt een eigen afweging van de relevante omstandigheden van het geval ter beoordeling van de verzoeken betreffende de verhuizing en verblijfplaats van de minderjarige, en moet dat ook doen. Daarbij is het hof niet gebonden aan de omstandigheden die de feitenrechter in eerste aanleg in zijn beoordeling heeft betrokken noch is hij in zijn beoordeling daartoe beperkt. Het hof treedt dan ook niet buiten de grenzen van de rechtsstrijd.
tweede onderdeelgaat over de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en heeft specifiek betrekking op het oordeel van het hof over de uitleg van artikel 14 van Pro de huwelijkse voorwaarden van partijen.
inkomen of winstheeft genoten dan
het in lid 1 vermelde bedrag(
cursiveringA-G), vervalt voor dat jaar het te vergoeden bedrag. De voormelde vergoeding per jaar kan om deze reden voor maximaal drie jaren komen te vervallen.
het in lid 1 vermelde bedrag’ in het tweede lid van artikel 14 zouden Pro partijen niet het bedrag van € 3.000,-- hebben bedoeld maar het bedrag van € 30.000,--. [29]