Conclusie
Nummer21/04307 P
Het cassatieberoep
Het oordeel van het hof
De vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
eindresultaat van de transactiemethode immers vergeleken met het (door twee: de betrokkene en zijn medepleger)gedeeld
eindresultaat van de kasopstelling.
is in totaal 54,52 liter PMK verkocht. De PMK werd verkocht voor ten minste € 2.500,- per liter. Deze hoeveelheid PMK heeft (54,52 x € 2.500,- =) € 136.300,- opgebracht.
. De MDMA is verkocht voor € 4.000,- per kilo. De totale opbrengst uit de verkoop van MDMA over de periode van 1 december 2010 tot en met 9 mei 2011 is dan (324,82 x € 4.000,- =) € 1.299.280.
Kosten
Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Het beoordelingskader
1. Op vordering van het openbaar ministerie kan bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit de verplichting worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
schattingvan de omvang van het voordeel dat afkomstig is uit de bewezen verklaarde delicten en/of de andere delicten op grond van artikel 36 lid Pro 4 (oud) Sr (thans lid 5). Volgens artikel 511f Sv dient die schatting namelijk wél te zijn gebaseerd op de wettige bewijsmiddelen die zijn opgesomd in artikel 339 Sv Pro. In dat verband dient op grond van artikel 511e lid 1 (eerste aanleg) en 511g lid 2 (hoger beroep) in verbinding met 359 lid 3 Sv de uitspraak van de rechter op straffe van nietigheid de redengevende inhoud te bevatten van de bewijsmiddelen waaraan zijn schatting van het wederrechtelijk voordeel is ontleend. [7] Ook hier geldt echter dat de bewijsminimum- en bewijskrachtregels van artikel 341, 342, 344 en 344a Sv en de bewijsstandaard van artikel 338 Sv Pro niet van toepassing zijn. [8]
presumptions of fact or of law”) [10] en dat de bewijslast ter zake van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op redelijke en billijke wijze wordt verdeeld tussen het OM en de betrokkene. [11]
Het tweede middel
De beoordeling van het tweede middel
Het derde middel
preprecursoren) geen strafbaar feit oplevert en zodoende geen wederrechtelijk verkregen voordeel kan opleveren, althans niet als grondslag voor ontneming kan dienen.
preprecursoren, zoals in hoger beroep namens de betrokkene was betoogd en door het hof is verworpen), betoogt de steller van het middel dat (ook) de enkele handel daarin niet zonder meer een strafbaar feit oplevert. De in het middel vervatte rechtsklacht luidt dat het hof dit heeft miskend omdat de handel in PMK alleen onder bepaalde voorwaarden zoals nader bepaald door Europese verordeningen [19] in combinatie met de Wet voorkoming misbruik chemicaliën (Wvmc) en de Opiumwet (Ow) strafbaar is gesteld. Indien het hof dit niet heeft miskend, houdt de subsidiair opgevoerde motiveringsklacht in dat het hof geen nadere vaststellingen heeft gedaan over de feiten en omstandigheden waaronder deze handel in dit geval wél zou kunnen kwalificeren als een overtreding van de Wvmc respectievelijk de Ow.
De beoordeling van het derde middel
preprecursoren (isosafrol). Aan het oordeel dat de handel in de precursor PMK strafbaar is, legt het hof enkel (expliciet) ten grondslag de overweging dat dit destijds strafbaar was “
op grond van de Opiumwet artikel 10 lid 4 en Pro artikel 2 (oud) Wet voorkoming misbruik chemicaliën in verband met EG Verordening 273/2004 en de Wet Economische Delicten.”
preprecursoren van MDMA), en niet op PMK zelf (de precursor van MDMA) zoals het hof heeft aangenomen.
Het vierde middel
De beoordeling van het vierde middel
Het eerste middel
De beoordeling van het eerste middel
Recapitulatie opbrengst over beperkte periode:
6. Kasopstelling [verdachte] en [medeverdachte] over hele periode
een kopie proces-verbaal kasopstelling inzake VOF [A] ,PVwvv 6.1
een kopie proces-verbaal kasopstelling inzake [verdachte] ,PVww 6.2.
een kopie proces-verbaal kasopstelling inzake [medeverdachte] ,PVwvv 6.3.
Er wordt uitgegaan van het feit dat een persoon genaamd “ [naam] ” PMK of de grondstof voor PMK, genaamd isosafrol, heeft geleverd aan [verdachte] en [medeverdachte] .
Er wordt uitgegaan van het feit dat de aangetroffen MDMA afkomstig is van een persoon genaamd Israel. De verkregen MDMA is door “ruiling” voor PMK en geld ontvangen.
uitgegaan van aangetroffen XTC in pilvorm en niet op grond van gewicht.
uitgegaan van 60 procent van de gemiddelde verkoopwaarde van de aangetroffen verdovende middelen als inkoopwaarde en niet de gemiddelde verkoopwaarde.
).
7. kasopstellingen [verdachte] en [medeverdachte] periode 1 januari 2009 tot en met 30 september 2010
in zoverreheeft (ook) de steller van het middel gelijk. Dat maakt het oordeel van het hof echter niet onbegrijpelijk. [24] Feit blijft immers dat de kasopstelling aanvankelijk, ook al betreft dit een langere periode, een hoger bedrag aan voordeel aantoont dan op basis van de transactieberekening ten aanzien van de betrokkene kan worden aangetoond.
1,212 KG olie = 1 Ltr” staat vermeld, dat volgens een expert overeenkomt met “
het soortgelijk gewicht van PMK (1,20 kilogram per liter)”, aldus het hof.