Conclusie
Aanduiding partijen en korte inhoud zaak
Gedurende het hoger beroep is de hindervergunning uit 2019 ingetrokken en is een nieuwe vergunning verleend. Moderno heeft gesteld de voorschriften daarvan vrijwillig na te leven. Het hof heeft geoordeeld dat Sunset Heights c.s. geen voldoende spoedeisend belang hebben bij bevestiging van de op de ingetrokken hindervergunning geënte voorzieningen en dwangsommen, maar dat zij wel belang hebben bij andersoortige, op de gewijzigde omstandigheden toegesneden, voorzieningen.
2.Feiten en procesverloop
Van het bezoek dat de inspectie van GMN aan Moderno heeft gebracht is een rapport opgemaakt, waarin, voor zover van belang, het volgende is vermeld:
- Moderno verboden om, na ommekomst van drie maanden na betekening van dit vonnis, dierlijk en/of organisch materiaal, waaronder kippenmest, te storten op haar bedrijfsterrein of op enige andere dan de door de overheid, al dan niet in artikel 67 van Pro de vergunningsvoorschriften, aangewezen locatie, op straffe van een dwangsom van NAf 10.000 per overtreding van dit verbod, met een maximum van NAf 1.000.000, alles voor zover en zolang de hindervergunning van 16 oktober 2019 en/of de daarbij behorende voorschriften voor zover deze betrekking hebben op het belang van de bewoners om geen stank- en vliegenoverlast te ervaren van kracht zijn;
- Moderno veroordeeld om, na ommekomst van drie maanden na betekening van dit vonnis, de kippenmest dagelijks te verwijderen uit de stallen en, in afwachting van de afvoer ervan, op te slaan in een gesloten of afgedekte betonnen bak of container met vloeistofkerende of vloeistofdichte vloer, waaruit geen mestwater mag lekken, en kippenmest en organisch materiaal dagelijks af te voeren naar de door de overheid, al dan niet in artikel 67 van Pro de vergunningsvoorschriften, aangewezen locatie, behoudens in het geval van overmacht, in welk geval de kippenmest dient te worden opgeslagen conform het bepaalde in artikel 69 van Pro de vergunningsvoorschriften, op straffe van een dwangsom van NAf 10.000 per overtreding van dit verbod, met een maximum van NAf 1.000.000, alles voor zover en zolang de hindervergunning van 16 oktober 2019 en/of de daarbij behorende voorschriften voor zover deze betrekking hebben op het belang van de bewoners om geen stank- en vliegenoverlast te ervaren van kracht zijn;
- Moderno veroordeeld tot vergoeding van de door de bewoners gemaakte deurwaarders- en expertisekosten en de proceskosten;
- het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard en
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
Sunset Heights c.s. [10] hebben geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep en hebben hun standpunt schriftelijk toegelicht.
Moderno heeft afgezien van een schriftelijke toelichting en gerepliceerd.
Sunset Heights c.s. hebben afgezien van dupliek. [11]
3.Bespreking van het cassatiemiddel
- het afgeven van een nieuwe hindervergunning door de minister van GMN op 11 november 2021 en het aanwijzen van een andere locatie door de minister waar Moderno haar kippenmest naar kan afvoeren;
- de omstandigheid dat Moderno sindsdien haar kippenmest naar een door haar gehuurd terrein, dat op enkele kilometers van de wijken Sunset Heights en Sun Valley ligt, vervoert en aldaar droogt en
- dat Moderno en BioMClue op 29 oktober 2021 een samenwerking zijn overeengekomen, waarbij BioMClue zich heeft verplicht om per 1 december 2021 de kippenmest dagelijks af te nemen bij Moderno, naar een andere locatie af te voeren, en het daar te verwerken tot hoogwaardige compost.
spoedeisend belangheeft dat het treffen van een voorziening rechtvaardigt [33] , maar heeft het hof slechts getoetst of Sunset Heights c.s. een
belanghebben.
onderdeel 2, dat twee subonderdelen bevat, heeft het hof, voor zover het niet zou hebben miskend dat het treffen van voorlopige voorzieningen in kort geding een spoedeisend belang vereist, zijn oordeel in ieder geval onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd.
Subonderdeel 2aklaagt dat het hof heeft miskend, althans onvoldoende begrijpelijk heeft gemotiveerd, dat de enkele (voldoende gerechtvaardigde) vrees voor het (opnieuw) ontstaan van een onrechtmatige situatie voldoende zou om spoedeisend belang aan te nemen en het treffen van voorzieningen te rechtvaardigen. Indien niet ook daadwerkelijk sprake is van een dreigende onrechtmatige situatie met nadeel voor eisers tot gevolg, is volgens het subonderdeel van een spoedeisend belang dat het treffen van voorzieningen rechtvaardigt, geen sprake. [35] Uit het oordeel van het hof zou niet blijken dat in dit geval van voornoemde dreiging sprake zou zijn of welke andere omstandigheden in dit geval het treffen van voorzieningen met dwangsommen rechtvaardigen.
Het hof heeft het spoedeisend belang van Sunset Heights c.s. in rov. 3.20 omschreven als het belang om verschoond te blijven van onrechtmatige hinder. Dat sprake was onrechtmatige hinder is uitvoerig gemotiveerd in de – in cassatie niet bestreden – rov. 3.11 t/m 3.17.
Vervolgens heeft het hof de stellingen van Moderno in zijn overweging betrokken, die zij in haar pleitnotities in hoger beroep met betrekking tot nieuwe ontwikkeling heeft ingenomen (zie hierboven onder 3.15-3.16), waaronder de stelling dat zij vrijwillig voldoet aan de aan de nieuwe hindervergunning verbonden voorwaarde van het dagelijks afvoeren van haar kippenmest naar een andere locatie. Sunset Heights c.s. hebben, aldus het hof in rov. 3.20, daartegenover gesteld dat desalniettemin de prikkel van een veroordelend vonnis met dwangsom nodig is en blijft om te voorkomen dat Moderno toch weer kiest voor de goedkopere oplossing om de mest op haar terrein uit te spreiden.
Het hof heeft deze belangenafweging in de eerste plaats gemotiveerd aan de hand van hetgeen zich onder de vorige vergunning in de praktijk heeft voorgedaan, te weten het onrechtmatig handelen door Moderno jegens Sunset Heights c.s. door haar bedrijf op voor de omwonenden zeer belastende wijze, en in strijd met de aan de hindervergunning verbonden voorwaarden, uit te oefenen (rov. 3.11 t/m 3.17). Vervolgens heeft het hof geoordeeld dat de vrees van Sunset Heights c.s. dat Moderno toch weer kiest voor de goedkopere oplossing om de kippenmest op haar eigen terrein uit te spreiden, voldoende gerechtvaardigd is met als motivering dat Moderno eerder geen effectieve maatrelen heeft genomen om de hinder tot een lager en aanvaardbaar niveau terug te brengen.
De subonderdelen 2.1 en 2.2 falen dus en daarmee faalt onderdeel 2 in zijn geheel.
onderdelen 4, 5 en 6zijn gericht tegen rov. 3.8, waarin het hof het volgende heeft geoordeeld:
Onderdeel 5 klaagt dat in het licht van de gewijzigde omstandigheden, waarop het hof wijst in rov. 3.20, de verwerping door het hof van het betoog dat de zaak niet spoedeisend is en zich niet leent voor kort geding in rov. 3.8 ook onjuist, althans onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd is om de redenen aangevoerd in onderdelen 1 en 2.
Onderdeel 6 voegt daaraan toe dat dit oordeel in rov. 3.8 bovendien tegenstrijdig is met of anderszins onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd in het licht van het latere oordeel in rov. 3.19 dat Sunset Heights c.s. - gelet op de gewijzigde omstandigheden ten tijde van de uitspraak - géén spoedeisend belang (meer) zouden hebben bij de in eerste aanleg gegeven voorzieningen.
Rov. 3.8 handelt over de vraag of de eisende partij toegang tot de kortgedingrechter heeft, dus of er een spoedeisend belang is dat zich leent voor een kort geding. Dat kan ook worden afgeleid uit de overweging van het hof dat Sunset Heights c.s. niet een oordeel in de bodemprocedure hoeven af te wachten. Het hof is tot een bevestigend antwoord gekomen en heeft daarbij het belang van Moderno – de aanzienlijke kosten van het afvoeren en het niet beschikken over een afvoerplaats voor de kippenmest – afgewogen tegen het belang van de bewoners van Sunset Heights en Sun Valley, die al sinds 2010 klagen over de stank- en vliegenoverlast. Het hof heeft geoordeeld dat het belang van Moderno niet opweegt tegen dat van de bewoners van Sunset Heights en Sun Valley en heeft daarbij van gewicht geacht dat er vanaf 2010 al diverse onderzoeken zijn verricht waaruit blijkt dat Moderno de veroorzaker is van de hinder en dat er diverse pogingen zijn ondernomen, ook op initiatief van althans met medewerking van Moderno, om de overlast voor de bewoners te beperken, echter zonder resultaat. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd.
Voor het overige vormen deze onderdelen in wezen een herhaling van de falende onderdelen 1 t/m 3.