Conclusie
.’ en onder 2 primair ‘medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd
.’, veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr. Daarbij heeft het hof de vordering van de benadeelde partij toegewezen.
eerstemiddel bevat de klacht dat het hof bij de beoordeling van de getuigenverzoeken van de verdediging van 1 december 2021 de terugwijzingsopdracht van Uw Raad heeft miskend, waardoor het heeft verzuimd (aan de hand van de juiste maatstaf) op de in hoger beroep na terugwijzing gedane verzoeken tot het horen van de getuigen te beslissen dan wel dat de beslissingen tot afwijzing van die verzoeken onbegrijpelijk zijn of onvoldoende met redenen zijn omkleed. Verder bevat het middel de klacht dat het hof de ter terechtzitting van 1 december 2021 door de verdediging gedane verzoeken tot het horen van de bij appelschriftuur opgegeven getuigen [betrokkene 5] , [betrokkene 6] , [betrokkene 7] en [betrokkene 2] heeft afgewezen aan de hand van een onjuiste maatstaf en/of op ontoereikende en/of onbegrijpelijke gronden.
advocaat-generaalen de thans
uitdrukkelijk gemachtigde raadsmanwordt het onderzoek ter terechtzitting vervolgd en wordt de inhoudelijke behandeling gestart.
voorzitterstelt de omvang van het hoger beroep aan de orde.
raadsmanherhaalt zijn eerdere verzoeken tot het horen van getuigen.
raadsmanvoert het woord tot verdediging overeenkomstig zijn pleitnota, welke aan het hof is overgelegd en aan dit proces-verbaal is gehecht.
raadsmandraagt met instemming van het hof en de advocaat-generaal alleen de aanvullingen voor die in die pleitnota zijn gecursiveerd en onderstreept.’
Inleiding
en wijst op het Keskin arrest zie Hoge Raad 20 april 2021. ECLI:NL:HR:2021:576, nadere onderbouwing mag van de verdediging niet worden verwacht. [verdachte] verzoekt uw Hof nogmaals te oordelen over de verzoeken over de getuigen in het licht van de Keskin-jurisprudentie
[betrokkene 6], volgens het dossier woonachtig te [plaats] , [a-straat 1]
[betrokkene 1], woont kennelijk nog steeds op Malta, geen bezwaar tegen verhoor door een rogatoire commissie; 1422 ev pv: waarom aangifte door moeder, [betrokkene 1] is dus nooit zelf gehoord? Beïnvloeding? Hij is in augustus 2009 aldaar begonnen met werken en niet zoals hij op blz 1423 stelt al in mei 2009.
[betrokkene 2], [b-straat 1] , [plaats] , D
iv. [betrokkene 7] ,
[betrokkene 8]taxateur, p-a [c-straat 1] [plaats] , pv 2347 over zijn rol en in het bijzonder over de ABC transactie over de [f-straat] en het gebruikelijke van zo’n transactie, over zijn beweerdelijke expertise over verbouwingskosten;
[betrokkene 9], taxateur, [d-straat 1] [plaats] , pv blzz 1710 e.v. over zijn rol in het geheel en de effecten van de crisis op de huizenprijzen en de taxaties in Apeldoorn en omgeving;
[betrokkene 5], [e-straat 1] [plaats] , over zijn rol in het geheel, de contacten met alle medeverdachten, de rolverdeling tussen [verdachte] en hem, de projectontwikkeling, de contacten met [betrokkene 10] en in het bijzonder, wie daar het initiatief had zie de verklaring van [betrokkene 11] op blzz 2837 e.v. en de bijlagen daarbij alsook de verklaring van [betrokkene 13] blz 2879< daaruit blijkt dat [betrokkene 10] bij de confrontatie met zijn valsheid in geschrifte belt met [betrokkene 5] en helemaal niet met [verdachte] en dat is in tegenspraak met de idee dat [verdachte] de spin was en voedt de gedachten dat [betrokkene 5] de spil was, hij zou ook de Poolse huurders leveren, omdat hij daarmee veel werkte..
Oplichting feit 4
beweerdelijkvalse salarisstroken en valse werkgeversverklaringen. Allereerst heeft [verdachte] dat niet gedaan, maar hebben de ondertekenaars van de hypotheekofferte deze handelingen verricht
al dan niet op aangeven of in samenwerking met [betrokkene 5]. Het is geen samenweefsel, daartoe zijn meer in elkaar grijpende handelingen of gedragingen vereist, waarvan uit de bewijsmiddelen moet blijken dat [verdachte] die heeft uitgevoerd, maar daarvan blijkt niets. Het gaat om een enkele omstandigheid, het (door derden) inzenden van beweerdelijk valse stukken, en dat is nog geen oplichting. Overigens blijft [verdachte] erbij, dat [betrokkene 1] wel degelijk bij hem gewerkt heeft. Dat het administratief niet helemaal op en top was staat daaraan niet in de weg. Vrijspraak moet volgen voor feit 4.
[betrokkene 4] , feiten 4 en 5
[betrokkene 3] feiten 2, 4 en 5
Procesgang
'Het verzoek om [betrokkene 8] en [betrokkene 9] als getuigen te doen horen wordt eveneens afgewezen. Het verzoek daartoe is onvoldoende onderbouwd en tevens is niet gebleken dat de taxaties die door deze gevraagde getuigen zijn verricht zijn betwist. Het hof acht de verdediging door het niet horen van deze getuigen niet geschaad in haar belangen.
Procedure in hoger beroep na terug- of verwijzing van de zaak door de Hoge Raad
als aangifte van [betrokkene 14] namens [betrokkene 1]:
als verklaring van [betrokkene 1]:
als aangifte van [betrokkene 3]:
als verklaring van aangever [betrokkene 3]:
getuige [betrokkene 3], zakelijk weergegeven:
als aangifte van [betrokkene 4]:
getuige [betrokkene 4], zakelijk weergegeven:
als verklaring van [betrokkene 16]:
verklaring van verdachte, voor zover relevant en zakelijk weergegeven:
als verklaring van [betrokkene 17]:
als verklaring van [betrokkene 17]:
als verklaring van [betrokkene 17]:
Het standpunt van de verdediging
tweedemiddel bevat klachten tegen de bewezenverklaring en bewijsvoering van feit 4. Volgens de steller van het middel kan uit de bewijsvoering niet volgen dat de verdachte telkens als medepleger nauw en bewust met (een) andere(en) heeft samengewerkt in het plegen van de onder feit 4 bewezenverklaarde oplichtingen. Van een nauwe en bewuste samenwerking met wie dan ook (de steller van het middel noemt in dat verband als mogelijke medeplegers [betrokkene 1] , [betrokkene 3] , [betrokkene 4] , [betrokkene 10] , [betrokkene 17] , [betrokkene 2] en [betrokkene 5] ), zou uit de bewijsvoering niet kunnen blijken. Verder bevat het middel de klacht dat uit de bewijsvoering evenmin kan volgen dat de verdachte telkens als ‘alleen-pleger’ deze oplichtingen heeft gepleegd.
derdemiddel bevat bewijsklachten in verband met de bewezenverklaring van feit 5. De eerste deelklacht houdt in dat uit de bewijsvoering niet kan volgen dat de verdachte als medepleger, in nauwe en bewuste samenwerking met (een) ander(en) [betrokkene 4] en/of [betrokkene 3] heeft opgelicht. De steller van het middel wijst er daarbij op dat, nu het hof de verdachte onder feit 5 heeft veroordeeld voor het ‘meermalen’ plegen van oplichting, het hof kennelijk abusievelijk in de bewezenverklaring heeft laten staan dat de verdachte ‘ [betrokkene 4]
en/of[betrokkene 3] , heeft bewogen tot het aangaan van een of meer schuld(en)’ (cursivering BFK). Met de steller van het middel meen ik dat het hof ‘/of’ uit de bewezenverklaring had dienen weg te strepen. Uw Raad kan de bewezenverklaring in zoverre verbeterd lezen.
rechtmatige wijzealles omtrent de financiering van het pand zou regelen. Ik merk daarbij op dat deze mededeling − mede gelet op de omstandigheid dat een hypothecaire lening bij de aankoop van onroerend goed doorgaans van wezenlijk belang is – mogelijk reeds als een leugenachtige mededeling van voldoende gewicht kan worden aangemerkt. Ik wijs er voorts nog op dat [betrokkene 4] heeft verklaard dat ‘het huis op veel meer getaxeerd is dan dat het huis werkelijk waard is’. En dat [betrokkene 4] , die de verdachte als makelaar had ingeschakeld, heeft verklaard dat hij de verdachte vertrouwde, ‘zoals hij overkwam en zoals ik hem had leren kennen’. [17]
rechtmatige wijzealles omtrent de financiering van het pand zou regelen. Ik wijs er voorts op dat [betrokkene 3] heeft verklaard dat het ‘niet mogelijk was om huurders in het pand te zetten’ omdat dit blijkbaar niet mocht van de geldverstrekker, en dat [betrokkene 3] heeft verklaard dat hij de verdachte, die hij als makelaar had ingeschakeld, ‘vertrouwde’.
vierdemiddel bevat de klacht dat het gerechtshof heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven voor de afwijking van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de verdachte ongeschikt is om detentie te ondergaan. Ook zou − mede gelet op het verhandelde op de zittingen in hoger beroep en de door de verdediging met het gerechtshof eerder gevoerde e-mailcorrespondentie waaronder een als bijlage daarbij meegestuurde verklaring van de huisarts van verzoeker − het oordeel van het gerechtshof dat – hoewel duidelijk is dat verdachte met gezondheidsproblemen kampt – niet is gebleken dat verdachte detentieongeschikt zou zijn en dat het hof in de gezondheidssituatie van verdachte daarom geen reden ziet om een andere strafmodaliteit dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, onbegrijpelijk en/of onvoldoende met redenen zijn omkleed.
‘Strafmaat/ redelijkheid van de eis
door uw hofopgelegde straf is te hoog, als er al een straf zou moeten volgen, dan zou die alleen voorwaardelijk moeten zijn met eventueel een werkstraf
voor zover dat gezien de leeftijd en gezondheid van [verdachte] dat zou toelatenerbij. De justitiële documentatie van [verdachte] is niet dusdanig dat die een straf verhogend effect zou kunnen hebben. [verdachte] heeft 3 nachten op het politiebureau doorgebracht.
en werkt niet meer sinds zin pensionering.
Bij bericht van 27 november 2020 is de AG gevraagd een reclasseringsrapport op te stellen om de detentiegeschiktheid van [verdachte] te beoordelen. Aan dat verzoek is geen gevolg gegeven, maar uit de voorafgaand aan deze zitting toegezonden bescheiden valt op te maken, dat de gezondheidstoestand van [verdachte] ernstig te wensen overlaat en hij niet detentiegeschikt geacht kan worden.’
voorzitterdeelt mee dat de raadsman het hof per brief van 9 april 2020 heeft verzocht om uitstel van de behandeling van de zaak vanwege de broze gezondheid van zijn cliënt. Het hof heeft de partijen op voorhand laten weten dat de zaak vandaag zal worden aangehouden.’
raadsmanvan verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. E.A.C. Sandberg , advocaat te Utrecht.
raadsmanverklaart desgevraagd:
voorzitterdeelt mee:
raadsmanwordt verzocht zijn cliënt te bellen om te bewerkstelligen dat het hof contact kan krijgen met verdachte. Ondanks herhaalde pogingen krijgt de raadsman geen contact met verdachte.
advocaat-generaalen de
raadsmanwordt de behandeling van de zaak aangevangen.
advocaat-generaaldraagt de zaak voor.
voorzitterdeelt mee:
raadsmanreageert:
raadsmanwordt hij nogmaals in de gelegenheid gesteld om telefonisch contact te krijgen met verdachte teneinde na te gaan of hij zijn raadsman wil machtigen.
griffier:
raadsmanvraagt op verzoek van het hof aan verdachte of hij zijn raadsman uitdrukkelijk machtigt om namens hem het woord te voeren.
voorzitterof verdachte bereid is contact te leggen via Skype is door de aanwezigen in de zaal te horen dat verdachte ‘nee’ zegt.
voorzitterof verdachte nog iets wil zeggen tegen het hof is door de aanwezigen in de zaal ‘nee’ te horen.
Oplegging van straf
vijfdemiddel bevat de klacht dat het gerechtshof heeft verzuimd een beslissing te nemen op het beslag.
‘beslissingen op beslagen
zesdemiddel bevat de klacht dat de berechting van de verdachte niet heeft plaatsgevonden binnen een redelijke termijn, nu de inzendtermijn in cassatie is overschreden.