Conclusie
Nummer22/02079
Inleiding
De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
[verdachte],
Het eerste middel
Het tweede middel
(Voornoemde stukken zijn aan dit proces-verbaal gehecht)
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor overtredingen van de Wet wapens en munitie en de Wegenverkeerswet, met een gevangenisstraf van negen weken en een rijontzegging van negen maanden. Tegen dit arrest werd cassatieberoep ingesteld.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad onderzocht de ontvankelijkheid van het cassatieberoep en constateerde dat de volmacht voor het instellen van cassatie onvolkomen was, omdat de machtiging niet voldeed aan de wettelijke eisen. Desondanks werd het cassatieberoep niet niet-ontvankelijk verklaard vanwege de wens van de verdachte om cassatie te laten instellen en de tijdige indiening van de cassatieakte door een griffiemedewerker.
Het eerste middel klaagde over het ontbreken van het proces-verbaal van de terechtzitting, maar dit werd door de Hoge Raad hersteld door het arrest alsnog in het openbaar uit te spreken. Het tweede middel betrof de afwijzing door het hof van het verzoek tot aanhouding van de zaak omdat de verdachte afstand zou hebben gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit oordeel niet begrijpelijk had gemotiveerd, mede gelet op medische klachten van de verdachte en de aantekening op de afstandsverklaring.
Daarom werd het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor een nieuwe behandeling. De overige middelen bleven onbesproken. De Hoge Raad vond geen ambtshalve gronden tot vernietiging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.