Conclusie
Nummer21/05396
Inleiding
Het eerste middel
Het tweede middel
in Nederlandwaaraan mededelingen over de strafzaak kunnen worden toegezonden. [3] Het namens de verdachte opgegeven adres in Roemenië valt daar niet onder. [4]
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter wegens diefstal, waarbij hij was veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
De advocaat van de verdachte stelde drie middelen van cassatie voor: het ontbreken van motivering over de rechtsgeldige betekening van de dagvaarding, het niet oproepen van de verdachte op het Roemeense adres genoemd in de machtiging tot hoger beroep, en het niet oproepen van de advocaat die het hoger beroep had ingesteld.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht aannam dat de dagvaarding rechtsgeldig was betekend, waarbij geen motivering vereist is tenzij er een vermoeden van onregelmatigheid bestaat. De dagvaarding was niet direct na het instellen van het hoger beroep betekend, waardoor het Roemeense adres niet relevant was voor de oproeping. Verder was er geen aanwijzing dat de advocaat als raadsman was opgetreden tijdens de terechtzitting, zodat het niet oproepen van deze advocaat geen schending van procesrecht opleverde.
De middelen faalden en het beroep werd verworpen. Ambtshalve constateerde de procureur-generaal dat geen reden bestond tot vernietiging van het arrest, ondanks het late vonnis van de Hoge Raad. Het vonnis van de politierechter is daarmee onherroepelijk geworden.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof Amsterdam bevestigd.