Conclusie
Nummer22/04742
eerstemiddel ziet op de afwijzing van een getuigenverzoek. Het
tweedemiddel betreft de bewijsvoering van de feiten 1 en 2. Het
derdemiddel bevat de klacht dat de aanvulling op het verkorte arrest niet is ondertekend. Het
vierdemiddel klaagt over schending van de redelijke termijn in de cassatiefase.
Bewezenverklaring en bewijsvoering van de feiten 1 en 2
feit 1 ((ZD 05)
5. Inleiding
eerste instructiestaat, voor zover relevant, het volgende:
tweede instructiehoudt, voor zover relevant, een lijst van punten in die moeten worden besproken. Onder meer is te lezen:
derde instructiehoudt wederom een aantal aanwijzingen in verband met een aan te schaffen boot in. Meer in het bijzonder is te lezen:
) contant kan betalen (...) Ze mogen de boot geen seconde alleen laten zorg dat er altijd iemand aan boord is. [betrokkene 1] weet waarom en wat er kan gebeuren als je hem alleen laat liggen. Bug (het hof begrijpt: een microfoon of zender
). En geen gebel naar familie in Holland (...) terwijl ze daar zijn. (...) Vraagt men bij vertrek in Praia waar ga je heen dankanaries(het hof begrijpt: de Canarische eilanden) is een goede richting. Geen van de mensen mag mee nemen een eigen G.S.M. vanuit Nederland. Alleen jou man heeft die sat telefoon en een schone nieuwe ongebruikte G.S.M. (...)’
Voorbereidingshandelingen invoer cocaïne
Uitvoeringshandelingen gedachtestreepjes
Feit 2 criminele organisatie
versluierd taalgebruik (nergens uit dossier volgt dat client hiermee bekend is geweest), aanwezigheid van grote geldbedragen, onbekend waar de [bootnaam 3] is gebleven, opnemen van een lagere koopprijs voor de [bootnaam 4] , slechts voor een dag inschreven van de [bootnaam 3] als [bootnaam 3] , het onder de Oostenrijkse vlag varen op de [bootnaam 4] , niet inklaren in Chaguaramas, valse naam [verdachte] , feit dat het onderzoek geen aanwijzingen heeft opgeleverd dat de uitgaven uit legale bron zijn bekostigd
Het procesverloop in verband met het getuigenverzoek inzake [medeverdachte 5]
A. Horen van getuigen
eersteverdachte, gedagvaard als
[verdachte] ,
eersteverdachte is ter terechtzitting aanwezig – als waarnemer van mr. C.B. Stenger – mr. M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, die meedeelt dat hij niet weet of de verdachte op de hoogte is van de zitting maar dat hij
weluitdrukkelijk is gemachtigd als raadsman de verdachte te verdedigen.
vierdeverdachte [medeverdachte 7] ) is verzocht om een/de
medeverdachte(n) – over en weer – als getuigente horen;
eersteverdachte [verdachte] en deelt mee:
toegewezen, met dien verstande dat:
eersteverdachte U. [verdachte] als getuigen zullen worden gehoord: [medeverdachte 4] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] . [medeverdachte 5] en [medeverdachte 3] ;
2 november 2022
vierdeverdachte, ter terechtzitting verschenen, antwoordt op vragen van de voorzitter te zijn:
[verdachte] ,
noot griffier: de brief is per e-mail aan mr. Canatan, mr. Berndsen en mr. Stenger verstrekt).
Bespreking van het eerste middel
Terechtzitting na schorsing van het onderzoek
defence witnesses’ voorop stelt dat een toereikend gemotiveerd verzoek moet worden gedaan om een getuige te horen, en dat in dat geval de relevantie van een verklaring van die getuige moet worden betrokken bij de beslissing of de getuige wordt gehoord. Die overweging sluit aan bij de benadering die in Murtazaliyeva tegen Rusland is geformuleerd voor de beoordeling van verzoeken om een ‘
defence witness’te horen. [4] De eerste vraag is of het verzoek ‘
was sufficiently reasoned and relevant to the subject matter of the accusation’. De tweede vraag is of de rechters ‘
considered the relevance of that testimony and provided sufficient reasons for their decision not to examine a witness at trial’. Ik begrijp een en ander aldus dat ingeval het verzoek niet toereikend gemotiveerd is en/of de relevantie van een verklaring van de getuige gering is, afwijzing op grond van het – in lijn met Murtazaliyeva tegen Rusland uit te leggen – criterium van artikel 288, eerste lid, onder c, Sv naar het oordeel van Uw Raad in de rede ligt.
defence witness’ betreft, dat de verdediging naar het oordeel van het hof geen argumenten voor het getuigenverzoek heeft opgegeven die toewijzing rechtvaardigen, en dat het belang van een getuigenverklaring van [medeverdachte 5] (zeer) beperkt is. Die overwegingen impliceren dat het hof heeft vastgesteld dat ook de in artikel 288, eerste lid, onder c, Sv geformuleerde grond de afwijzing kan dragen. Uit deze overwegingen volgt ook dat het hof de gronden heeft beoordeeld die aan het getuigenverzoek ten grondslag zijn gelegd, de relevantie van de getuigenverklaring heeft beoordeeld en redenen voor de afwijzing heeft opgegeven.
unreachability’ van de getuige. [6] In dat geval is in de regel vereist dat de nationale autoriteiten ‘
have resorted to international legal assistance where a witness resided abroad and such mechanisms were available’. Dat is in dit geval niet gebeurd. Daarmee is evenwel nog niet gezegd dat, als ten onrechte zou zijn aangenomen dat van ‘
unreachability’sprake is, het recht op een eerlijk proces is geschonden. Ook in dat verband komt betekenis toe aan het belang van de getuigenverklaring. [7] In de vaststellingen van het hof ligt naar het mij voorkomt besloten dat de procedure in haar geheel voldoet aan het recht op een eerlijk proces.