Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
2.Feiten en procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
op hun kostenverwijderen. De betreffende rechtsoverweging luidt als volgt:
op kostenvan [verweerders] voor verwijdering zorg te dragen. [7] Uit deze eiswijziging volgt dat [eisers] niet (langer) bereid zijn de kosten voor het verwijderen van de essenbomen te dragen, maar dat deze voor rekening van [verweerders] dienen te komen.
onderdeel 1bdat het oordeel ook in strijd is met artikel 24 Rv Pro en het fundamentele beginsel van hoor en wederhoor nu [verweerders] in het geding niet hebben gesteld dat de kosten van verwijdering van de essenbomen voor rekening van [eisers] dienen te komen, en het hof aldus het partijdebat ten onrechte aanvult.
verplichtingendie betrekking hebben op een aan de schuldenaar toebehorende onroerende zaak. Als gezegd, leidt overdracht van de onroerende zaak er in beginsel niet toe, dat de verplichting mee overgaat op de nieuwe rechthebbende. In de praktijk bestond en bestaat er niettemin behoefte om – buiten de mogelijkheid die een erfdienstbaarheid biedt – verplichtingen aan de verkrijgers onder bijzondere titel van de schuldenaar te kunnen opleggen. [23] Daartoe is in 1992 de rechtsfiguur van de kwalitatieve verplichting (art. 6:252 BW Pro) ingevoerd. Het toepassingsbereik van de kwalitatieve verplichting is echter beperkt tot verplichtingen om te dulden of niet te doen.
ookde juiste maatstaf noemt, meen ik dat het oordeel van het hof van een onjuiste rechtsopvatting getuigt. Bij de uitleg van de kwalitatieve verplichting acht het ook andere omstandigheden van (doorslaggevend) belang die voor derden niet kenbaar zijn uit, of aan de hand van, de in de openbare registers ingeschreven akte, waaronder dat de meidoornhaag al 25 jaar eenmaal per jaar wordt teruggesnoeid. [35] Daarmee heeft het hof toepassing gegeven aan een onjuiste uitleg-maatstaf. Een en ander betekent dat de klachten slagen.
onderdeel 3bheeft het hof miskend dat het ingevolge artikel 149 Rv Pro de overweging van de rechtbank in rechtsoverweging 4.13 – dat [verweerders] het belang van vrij uitzicht zijdens [eisers] (wel) dient mee te wegen – als relevant feit diende vast te stellen en in zijn overwegingen diende te betrekken.
onderdeel 4behoeft geen afzonderlijke bespreking.