Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De uitspraak van het hof
3.Het cassatiemiddel
aanvankelijkeen samenwerking zijn aangegaan. Met name als de medeverdachte afwijkt van het gezamenlijke plan, of de uitvoering van dat plan anders loopt dan verwacht, kan de vraag aan de orde komen of de gedragingen van de medeverdachte – zoals in dit geval het plegen van potentieel dodelijk geweld – binnen het hiervoor door Hofstee geduide bereik van het opzet van de verdachte vallen. Vaak zal ook niet bekend zijn wat de precieze reikwijdte van het aanvankelijke gezamenlijk opzet was, of vond de samenwerking min of meer spontaan plaats en was van concrete afstemming tussen de medeverdachten geen sprake. Ook dan kan de vraag zich aandienen of de bewijsvoering de conclusie toelaat dat de gedragingen van de medeverdachte(n) onder het voorwaardelijk opzet van de verdachte zijn te scharen.
in abstractoeen mogelijkheid zijn dat er wapens aanwezig zijn, de bewijsvoering moet concrete omstandigheden bevatten die grond bieden aan het oordeel dat ook in het voorliggende geval sprake is van een reële, door de verdachte bewust aanvaarde mogelijkheid dat de medeverdachte een wapen meeneemt. In die zaak bleek echter niet, zo overweegt de Hoge Raad, dat er afspraken waren over het gebruik van wapens, dat de verdachte wist dat zijn medeverdachte een wapen had of hij zich bewust van de mogelijkheid dat zijn medeverdachte een wapen zou gebruiken.