Conclusie
1.Inleiding
2.Het procesverloop in het kort
3.Het eerste middel
Geen rechtsmacht: [bank 1] en Geldzending genieten immuniteit
4 Juridisch kader
6.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
OVERIGE GRONDEN BEKLAG
Aanleiding
tweede deelklachtfaalt al omdat ik niet inzie waarom het voor een centrale bank niet mogelijk is een monetaire taak te behartigen door anderen te faciliteren en zonder dat relevante goederen ‘property’ zijn van die bank. Onder deze deelklacht lijkt eerder een rechtsopvatting schuil te gaan over het begrip ‘property’ die een meer functionele invulling van het begrip voorstaat. Het gebruik van het goed voor de monetaire taak zou dan (mede) grond zijn om het goed als ‘property’ aan te merken dat immuniteit geniet.
eerste deelklacht. Daarin wordt geklaagd over een oordeel van het hof dat nauw aansluit bij het oordeel van de Hoge Raad uit 2021. Naar eigen zeggen vallen de stellers van het middel daarmee ook dit oordeel van de Hoge Raad aan. [8] Om een en ander goed te duiden, leg ik de beschikkingen van de rechtbank Noord-Holland uit 2019, de Hoge Raad uit 2021 en de bestreden beschikking van het gerechtshof Den Haag uit 2024 naast elkaar.
having the effect of directly hampering his ability to continue to perform his duties" en is daarom in strijd met de door Nederland te eerbiedigen immuniteit van [bank 1] .” [9]
Stb. 2024, 289). Op 23 april 2025 heeft ratificatie door Nederland plaatsgevonden. [13] Daarbij is geen voorbehoud gemaakt bij de uitgebreide immuniteit van ‘property’ van centrale banken, die is neergelegd in art. 21 lid 1 sub c VN-Verdrag. [14] Het aantal ondertekeningen en ratificaties van dit verdrag is echter sinds 2021 niet significant toegenomen. Daaraan zijn dus geen aanwijzingen voor een statenpraktijk te ontlenen, waarbij ik nogmaals opmerk dat dit verdrag niet rechtstreeks immuniteit in het strafrecht regelt.
4.Het tweede middel
BEOORDELING - INHOUDELIJK
Belang van strafvordering bij het voortduren van het beslag
hoogstonwaarschijnlijk is dat de later oordelende strafrechter de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
5.Het derde middel
Onrechtmatigheid beslag
letters of authorization/commercial invoicesen stortingsspecificaties met daarop vermeld de cliënten van de handelsbanken (…). Om iedere mogelijke verwarring te voorkomen ten aanzien van de herkomst en bestemming van het geld, heeft [bank 1] deze stukken nogmaals verzonden aan [betrokkene 1] (…).
BESLAG ONRECHTMATIG GELEGD
VERDENKING
"Moneylaundering. through the phychical transportation of cash" (FATF, oktober 2014) en "
Why is cash still king?" A strategic report on the use of cash by criminal groups as a facilitator for money laundering" (Europol, juni 2015).
de route: uit die stukken bleek dat de contante euro’s via Nederland naar de [betrokken bank 1] werden verstuurd en dat deze via een omweg (Duitsland) weer naar Nederland, althans op de rekening van [bank 1] bij de DNB werd overgemaakt, waarna via deze rekening het geld werd overgemaakt naar de rekeningen van de handelsbanken bij de Nederlandse, Belgische en Italiaanse handelsbanken. Het was onlogisch om deze gelden eerst naar China te sturen. Er was geen enkele bedrijfseconomische reden om deze route te hanteren. De reden dat deze gelden niet direct bij de DNB werden afgeleverd, is door de [bank 1] en de handelsbanken nog steeds niet opgehelderd. Ik zal hieronder daarop nog terugkomen.
gelden afkomstig van Cambio's: uit het onderzoek bleek dat door vijf Cambio's (wisselkantoren) in Suriname over een periode van maximaal twee maanden in totaal € 12.084.679 aan contanten werden afgestort bij banken in Suriname, terwijl de herkomst van het geld dat door de Cambio's gestort werd onbekend was. Uit het FATF-rapport Money Laundering through money remittance and currency exchange providers (FATF juni 2010) komt onder meer naar voren dat wisselkantoren een belangrijke rol spelen bij het witwassen van geld.
Contante stortingen door natuurlijke personen: Uit onderzoek kwam naar voren dat diverse hoge stortingen door natuurlijke personen waren gedaan, waarbij de herkomst van deze 4 stortingen onduidelijk was. Op naam van een (1) natuurlijke persoon ( [betrokkene 2] ) werd in
twee dagen € 1.000.000 (1 miljoen euro)contant gestort bij de [bank 4] , terwijl door drie (3) andere natuurlijke personen een storting
van €100.000,- en €150.000,-was verricht. Ook bij de andere twee banken waren door natuurlijke personen bedragen van €25.000,- tot €140.000,- gestort. Het is een feit van algemene bekendheid dat het voorhanden hebben van dergelijke hoeveelheden contant geld grote risico's meebrengt en bovendien hoogst ongebruikelijk is in het geval dat geld op legale wijze is verkregen. (ECLI:NL:GHLEE:2011:BR5801).
coupures van 100/200/500: De zendingen bevatten een flink aantal hoge coupures van 100, 200 en 500 Euro. Over een periode van 5 maanden is in totaal 5.020 stuks €500,- biljetten verstuurd. Dit roept vragen op nu blijkens de brief van [bank 1] de contante euro’s vooral door toeristen in Suriname zouden zijn binnengebracht. Het is een feit van algemene bekendheid dat diverse vormen van criminaliteit gepaard gaan met grote hoeveelheden contant geld in doorgaans grote coupures, terwijl coupures van € 500,- in het normale betalingsverkeer een zeldzaamheid zijn. (ECLI:NL:RBMNE:2015:1838)
ontbreken van specificaties omtrent herkomst: Bij [bank 2] waren geen specificaties bijgevoegd van de herkomst van eurobiljetten afkomstig van "middelgrote cliënten". Dit gaat om een bedrag ter grootte van in totaal € 886.310,-. Derhalve is niet bekend wat de herkomst is van dit geldbedrag.
groot verschil tussen toelichtingsdocumenten en de bedragen die zijn aangeboden ter verscheping: Uit onderzoek van de aangeboden herkomstdocumenten en de vluchtdocumenten ter verscheping bleek dat bij [bank 2] een verschil van €1.587.168 en bij de [bank 4] een verschil van €87.636 te zijn. Dus volgens de toelichtingsdocumenten zou bij [bank 2] om een bedrag van €11.578.168 en bij [bank 4] om een bedrag van €4.587.636 gaan, terwijl volgens de verschepingsdocumenten door [bank 2] €10.0000,- en door [bank 4] €4.500.000,- is;
De indicatoren zouden niet geschikt zijn voor bonafide partijen
Suriname is geen bronland voor drugs
De route is niet ongebruikelijk
De hoeveelheid contante euro's staat in verhouding met de economie van Suriname
6.Het vierde middel
Beslag disproportioneel en vexatoir
BESLAG DISPROPORTIONEEL EN VEXATOIR
Beslag disproportioneel en vexatoir
OMVANG BESLAG
Redelijke Termijn en proportionaliteit