Conclusie
1.Inleiding
2.De bewezenverklaring en de bewijsmiddelen
de verdachteafgelegd op de terechtzitting in eerste aanleg van 19 juli 2023. Deze verklaring houdt in, voor zover van belang, zakelijk weergegeven:
[slachtoffer]:
[getuige]:
[specialist 1], chirurg-traumatoloog, in Amsterdam UMC. Deze brief houdt in, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[specialist 2], spoedeisendehulp-arts, in Amsterdam UMC. Deze brief houdt in, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[slachtoffer]afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 13 juni 2024, voor zover inhoudende:
3.Het eerste namens de verdachte voorgestelde middel
“verdachte eerst is weggelopen en later weer is teruggekomen. Hij heeft zich hiermee dus aan de situatie kunnen onttrekken. Het enkele feit dat verdachte werd aangeraakt is onvoldoende om een geslaagd beroep op noodweer aan te nemen.”
zie verklaring vader, moeder en cliënt)
zie verklaring moeder en cliënt).
opnieuwaanraakt.
“Hij zei dat ik hem niet moest aanraken, ik zei als ik jou wil aanraken dan die ik dat, ik raakte hem aan en toen gaf hij mij een duw.”
“Ik hoorde mijn zoon zeggen zo van ga weg.”(p. 7) Cliënt heeft ook ter zitting verklaard dat hij sowieso langs moeder moest lopen om bij de deur te komen. Er was geen mogelijkheid om om te draaien en dan weg te lopen.
Bespreking van verweren
in redelijkeverhouding staat tot de ernst van de aanranding, maar of die verhouding
niet onredelijkis. Dat is misschien een subtiel verschil, maar wel een verschil dat niet toevallig is en dat consequenties heeft. De Hullu schrijft hierover (de voetnoten heb ik weggelaten):
4.Het tweede namens de verdachte voorgestelde middel
[slachtoffer]afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 13 juni 2024, voor zover inhoudende:
Zwaar lichamelijk letsel