ECLI:NL:RBAMS:2021:3591
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en verstrekking waardebepalende gegevens in bezwaarfase
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een woning in Amsterdam vast op €241.000,- voor 2019. De eigenaar maakte bezwaar en stelde dat de waarde niet hoger kon zijn dan €200.000,-, onderbouwd met eigen taxatierapporten en vergelijkingsobjecten.
De rechtbank constateerde dat de heffingsambtenaar in de bezwaarfase niet alle gevraagde waardebepalende gegevens, zoals de grondstaffel en KOUDV-factoren, had verstrekt, wat in strijd is met artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ. Dit gebrek werd echter gepasseerd omdat de gegevens in de beroepsfase alsnog werden verstrekt, waardoor de belangen van eiser niet wezenlijk zijn geschaad.
De rechtbank oordeelde dat de door de heffingsambtenaar gebruikte vergelijkingsobjecten voldoende vergelijkbaar zijn en dat het taxatierapport van eiser onvoldoende analyseert. Ook is het onderhoud en de kwaliteit van de woning adequaat meegenomen. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar eiser kreeg proceskosten en griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard, maar eiser krijgt proceskosten en griffierecht vergoed.