Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
3.1.1 Anonimisering; schending van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens?
1.Algemene inleiding
bijlage 1aan dit vonnis gehecht.
2.Tenlastelegging
bijlage 2die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.
3.Voorvragen
.Uit jurisprudentie van de Hoge Raad, die ziet op artikel 344a Sv, volgt dat onder ‘een persoon wiens identiteit niet blijkt’ niet valt “een persoon wiens persoonsgegevens niet (volledig) zijn vermeld in het proces-verbaal waarin zijn verklaring is opgenomen, maar van wie vaststaat dat hij wel zodanig kan worden geïndividualiseerd, zodat de verdediging zijn verhoor als getuige door de rechter-commissaris of ter terechtzitting kan verzoeken” [2] .
dat niet wordt verzocht om het horen van nieuwe anonieme getuigen of deskundigen uit het dossier 26Hendon, omdat de verdenking ten aanzien van [verdachte K.M.] met name wordt gestoeld op informatie afkomstig uit telecomgegevens.”
4.Waardering van het bewijs
bijlage 3.
‘ [medeverdachte K.E.] en [medeverdachte K.W.] gaan met de Renault Kadjar naar Alphen aan den Rijn om wapens op te halen’is reeds vastgesteld dat [medeverdachte K.W.] één van de donoren is. Daarnaast komt het DNA-profiel van [medeverdachte D.G.]
‘ [medeverdachte K.E.] en [medeverdachte K.W.] gaan met de Renault Kadjar naar Alphen aan den Rijn om wapens op te halen’is reeds vastgesteld dat [medeverdachte K.W.] één van de donoren is. Daarnaast komt het DNA-profiel van [medeverdachte K.E.] overeen met deze DNA-mengprofielen. Het is respectievelijk circa 700 miljoen en circa 48 miljoen keer waarschijnlijker dat - kort gezegd - [medeverdachte K.E.] één van de donoren is dan wanneer dit niet zo is. De rechtbank concludeert op basis daarvan dat het DNA van [medeverdachte K.E.] op dit wapen zit.
- de verklaring van [betrokkene 10] dat hij in opdracht van [verdachte K.M.] een Renault Megane naar Amsterdam moest brengen;
- de onderzoeksbevindingen met betrekking tot het vertrek van [verdachte K.M.] na de moord(aanslag) op Peter R. de Vries naar Polen en het verblijf van [verdachte K.M.] in [adres ] ;
- de verklaring van [betrokkene 15] dat hij [verdachte K.M.] op 6 juli 2021 op diens verzoek naar het huis van [medeverdachte D.G.] in [plaats] heeft gebracht en dat hij de volgende dag de foto van [medeverdachte D.G.] in de media zag in verband met de moordaanslag op Peter R. de Vries;
- de chatberichten op 5 en 6 juli 2021 waarin de rol van [verdachte K.M.] bij de moord op Peter R. de Vries naar voren komt;
- een tapgesprek van 2 maart 2022 tussen [medeverdachte K.E.] en zijn vrouw waarin over bedreigingen jegens [medeverdachte K.E.] en zijn moeder wordt gesproken;
- het chatbericht dat [medeverdachte D.G.] op 6 juli 2021, net voordat hij wordt aangehouden, met de Google Pixel telefoon aan [verdachte K.M.] stuurt met het verzoek voor zijn familie te zorgen.
- de reisbewegingen van de Volkswagen Polo, de Renault Kadjar en de gegevens van en uit de diverse telefoons op 5 en 6 juli 2021;
- het vergelijkend wapenonderzoek;
- de verklaring van [betrokkene 15] en
- de tapgesprekken van [medeverdachte K.E.] .
Voor ‘deelneming’ in de zin van artikel 140 Sr Pro is voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet (in de zin van onvoorwaardelijk opzet) dat de organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. De betrokkene hoeft geen wetenschap te hebben van één of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd.
Voor de vaststelling van het oogmerk komt onder meer betekenis toe aan misdrijven die in het kader van de organisatie al zijn gepleegd, aan het meer duurzaam of gestructureerde karakter van de samenwerking – zoals dat kan blijken uit de onderlinge verdeling van werkzaamheden of onderlinge afstemming van activiteiten van deelnemers binnen de organisatie met het oog op het bereiken van het gemeenschappelijke doel van de organisatie – en, meer algemeen, aan de planmatigheid of stelselmatigheid van de met het oog op dit doel verrichte activiteiten van deelnemers binnen de organisatie. [18]
nietbeoogd deelname aan twee verschillende criminele organisaties ten laste te leggen.
ad hocis samengewerkt tussen (steeds) verschillende personen.
tenlastegelegdecriminele organisatie.
dezeverdachte een terroristisch oogmerk had bij het plegen van de moord.
5.Bewezenverklaring
bijlagen 3 en 4bewezen dat [verdachte K.M.] :
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
- “Hij was tegelijkertijd gespannen en in paniek. Hij was gespannen door de druk die ze op hem uitoefenden”,
- “godverdomme, ze gaan mij (de rechtbank begrijpt: [verdachte K.M.] ) afmaken als hij het niet doet” en
- “toen ik met [verdachte K.M.] was kon ik merken dat hij echt een druk voelde dat het gedaan moest worden.”
- “Hij was ergens heel erg bang voor. [verdachte K.M.] vreesde voor iets.” en
- “Maar hij schreeuwde tegen mij. Ik moest echt die auto terugbrengen anders zou hij naar de klote gaan en ik ook.”
8.Motivering van de straf
9.De vordering van de benadeelde partij mevrouw [benadeelde partij ]
10.Beslag
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Beslissing
[verdachte K.M.], daarvoor strafbaar.
26 (zesentwintig) jaar en 1 (één) maand.
€ 38.222,41 (achtendertigduizend tweehonderd tweeëntwintig euro en éénenveertig eurocent) te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade (6 juli 2021) tot aan de dag van de algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit € 17.500,00 voor affectieschade, € 20.000,00 voor immateriële schokschade en € 722,41 voor materiële schade.