ECLI:NL:RBBRE:2010:BN3745
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.A.F.M. Stassen
- D. Hund
- M.M. de Werd
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag vermogensbelasting buitenlandse bankrekening en boeteoplegging
Belanghebbende werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag vermogensbelasting over 1995, gebaseerd op gegevens van buitenlandse bankrekeningen bij Van Lanschot Bankiers Luxembourg, verkregen via Belgische autoriteiten. De inspecteur legde een boete van 100% op wegens opzet en verzwegen vermogen. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde onder meer dat de navorderingstermijn was overschreden en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen.
De rechtbank oordeelde dat de gegevens rechtmatig waren verkregen en dat het gebruik ervan niet in strijd was met het EVRM, mede gelet op jurisprudentie van de Hoge Raad en het Europese Hof van Justitie. De navorderingsaanslag was binnen de verlengde termijn van twaalf jaar opgelegd en met redelijke voortvarendheid voorbereid. De boeteoplegging voldeed aan de wettelijke eisen, maar vanwege een overschrijding van de redelijke termijn werd de boete met 5% gematigd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, handhaafde de navorderingsaanslag na ambtshalve vermindering, matigde de boete, en veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van een deel van de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak is gedaan op 26 juli 2010 door de meervoudige belastingkamer van de rechtbank Breda.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt gehandhaafd na ambtshalve vermindering en de boete wordt gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn.