ECLI:NL:RBBRE:2012:BX8346
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen en verlengde navorderingstermijn bij buitenlandse bankrekening echtgenote
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over 1995 en 1996 vanwege niet aangegeven buitenlandse bankrekeningen van zijn echtgenote. De inspecteur gebruikte spontaan verstrekte Belgische gegevens en paste de verlengde navorderingstermijn van 12 jaar toe. Belanghebbende betwistte onder meer de tijdigheid, rechtmatigheid en voortvarendheid van de aanslagen.
De rechtbank stelde vast dat de aanslagen tijdig waren opgelegd, vóór het verstrijken van de wettelijke termijnen. De verlengde navorderingstermijn werd geaccepteerd omdat sprake was van opzet of kwade trouw van de echtgenote. De inspecteur had voldoende voortvarend gehandeld gezien de omvang en complexiteit van het projectmatige onderzoek.
Het bewijs uit België werd als rechtmatig beoordeeld, omdat de gegevens spontaan en zonder beperkingen werden verstrekt. Het beroep op schending van vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel werd niet aannemelijk gemaakt. Ten slotte wees de rechtbank het verzoek om vergoeding van immateriële schade af, omdat de procedureduur niet onredelijk was door gemaakte afspraken over aanhouding van het bezwaar.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende is ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen blijven in stand.