ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ5896
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- M.A. Dirks
- I. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over navorderingsaanslagen en vergrijpboetes wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekening
De rechtbank Den Haag behandelde een zaak waarin eiser bezwaar maakte tegen navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over meerdere jaren, inclusief verhogingen, vergrijpboetes van 100% en heffingsrente. De aanslagen waren opgelegd naar aanleiding van gegevens van een buitenlandse bankrekening bij Van Lanschot Bankiers Luxemburg (VLB), die eiser niet had opgegeven in zijn aangiften.
Verweerder had de navorderingsaanslagen opgelegd na ontvangst van renseignementen van Belgische autoriteiten, waarbij de bewijslast werd omgekeerd omdat eiser niet aan zijn aangifte- en inlichtingenplicht had voldaan. De rechtbank oordeelde dat de aanslagen binnen redelijke termijn waren opgelegd en dat de schatting van het niet aangegeven vermogen redelijk was. De rechtbank verwierp het verweer dat de gegevens onrechtmatig waren verkregen en bevestigde de betrouwbaarheid van de renseignementen.
De rechtbank verklaarde de beroepen deels gegrond, met name voor de jaren 2001 en 2003 tot en met 2007, waar de aanslagen en boetes werden verminderd. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van te veel betaald griffierecht. De overige beroepen werden ongegrond verklaard, waarmee de navorderingsaanslagen en boetes in die jaren grotendeels werden gehandhaafd.
Uitkomst: De beroepen zijn deels gegrond verklaard met vermindering van navorderingsaanslagen en vergrijpboetes over de jaren 2001 en 2003 tot en met 2007, en toekenning van proceskostenvergoeding.