Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 7 november 2023 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Bulgarije verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser daar eerder een verzoek om internationale bescherming had ingediend.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Bulgarije niet van toepassing is vanwege slechte detentieomstandigheden, geweld en gebrek aan klachtenmogelijkheden. Hij ondersteunde dit met rapporten en jurisprudentie. De rechtbank oordeelde echter dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel wel geldt, mede op basis van recente uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Bulgarije onmenselijke behandeling zal ondervinden.
Het beroep op het arrest van het Hof van Justitie van 29 februari 2024 leidde niet tot een ander oordeel. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening faalde omdat eiser geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.