ECLI:NL:RBDHA:2025:5957
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel, maar de minister nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en verklaart dit kennelijk ongegrond.
De rechtbank overweegt dat de minister terecht is uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland, aangezien eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. De stellingen over discriminatie, slechte opvangomstandigheden en risico op ketting-refoulement zijn onvoldoende onderbouwd.
Verder oordeelt de rechtbank dat het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen, waarbij de minister de zienswijze van eiser heeft betrokken en voldoende heeft gemotiveerd waarom geen toepassing wordt gegeven aan artikel 17 van Pro de Dublinverordening. Het beroep wordt afgewezen en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland.