ECLI:NL:RBDHA:2025:799
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Kroatië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 24 december 2024 behandeld en verklaart het ongegrond.
De minister baseert zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en stelt dat Kroatië zijn internationale verplichtingen nakomt, zonder aanwijzingen dat eiser een reëel risico loopt op een onmenselijke of vernederende behandeling. Eiser betoogt dat de minister een onjuist beoordelingskader hanteert en onvoldoende eigen onderzoek verricht naar mogelijke systeemfouten in Kroatië, onderbouwd met rapporten en persoonlijke ervaringen.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel het uitgangspunt blijft en dat de minister geen verderstrekkende vergewisplicht heeft. De aangevoerde rapporten en persoonlijke ervaringen leiden niet tot het aannemen van structurele tekortkomingen die een overdracht aan Kroatië verbieden. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening wordt afgewezen, omdat geen bijzondere individuele omstandigheden zijn gesteld die een onverplichte behandeling rechtvaardigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer - Gulyas, griffier mr. G.T.J. Kouwenberg.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.